Wetenschap - 1 januari 1970

DLO draait verlies in overgangsjaren

DLO draait verlies in overgangsjaren

DLO draait verlies in overgangsjaren

DLO maakte over 1998 vier miljoen gulden verlies. Dat negatieve rendement is minder vervelend dan het lijkt, stellen bestuurslid ir Kees van Ast en financieel hoofd drs Peter van der Jagt van DLO. Door de verzelfstandiging van DLO en een andere begrotingssystematiek krijgen de instituten tijdelijk te maken met extra lasten op hun begroting. De reorganisatiekosten voor de komende jaren staan geheel op de begroting van vorig of dit jaar, verklaart Van der Jagt. Daarom draaien we nu met verlies, maar dat moet over twee tot drie jaar leiden tot een rendementsverbetering.


Opvallend aan de cijfers van afgelopen jaar is echter niet zozeer het verlies van instituten met reorganisatiekosten, zoals het IBN, Staring Centrum en AB, maar de geringe winst van succesvolle instituten als het ATO, CPRO, ID en LEI. De neiging om geen winst te maken maar het geld op te maken, gebruikelijk bij ambtelijke organisaties, zit in het genenpakket van de organisatie, verklaart Van der Jagt. Van Ast ziet nog andere oorzaken. De filosofie tot nu toe was: meer omzet halen. Maar als de herplaatsing van personeel trager verloopt dan verwacht, gaat omzetstijging vaak gepaard met kostenstijging. Wat je nu ziet bij het IBN - te duur personeel - was een paar jaar geleden aan de hand bij het IPO. Je moet dan op instituutsniveau kijken hoe je de kosten kunt beheersen.

We mikken in de toekomst op minimaal een rendement van anderhalf procent per jaar van de omzet. Dat is zeven miljoen gulden, aldus Van der Jagt. Maar vergeet niet dat het ministerie van LNV, onze grootste opdrachtgever, onderzoek tegen kostprijs laat uitvoeren. Het rendement bij de andere opdrachten moet dus eigenlijk het dubbele zijn: drie procent. Van Ast: De marges in onderzoeksorganisaties zijn sowieso klein, daar vallen geen hoge rendementen te halen.

Kijkend naar de afzonderlijke instituten valt op dat de razendsnelle omzetstijging van het ATO - van niets naar vijftig miljoen gulden omzet in zeven jaar tijd - is afgevlakt. Het ATO schakelt nu bewust over van omzetsturing naar rendementssturing: lonen de opdrachten? Zo'n omschakeling leidt tot een beperkte reorganisatie die het instituut zelf opvangt. Een deel van de winst - Van Ast spreekt liever van rendement - investeert het instituut in de toekomstige markt, zodat het kortetermijnresultaat lager uitkomt. Daarom draaien naast het ATO ook het LEI en het ID het afgelopen jaar ongeveer quitte

Terwijl de schaalvergroting bij de instituten doorzet - van twaalf naar zeven instituten en dan integreren in vijf kenniseenheden met de LUW - werkt DLO inmiddels ook aan speciale juridische structuren om de kennisexploitatie te verbeteren. DLO gaat, als het ministerie van LNV toestemming verleent, bv's oprichten. Daar zijn drie redenen voor, legt Van Ast uit. Een bv-structuur stelt ons in staat om meer onderzoeksopdrachten bij de EU in de wacht te slepen. De huidige regels stellen dat oon organisatie slechts drie voorstellen mag indienen bij het Vijfde Kaderprogramma van de EU. Met behulp van de bv's kunnen we vaker indienen.

Bovendien, vervolgt hij, is de aansprakelijkheid op de markt voor risicovol onderzoek zo beter geregeld: de bv is aansprakelijk. En ten derde openen bv's de optie om samen met het bedrijfsleven iets op te zetten. Het bedrijfsleven wil de zekerheid dat beide partijen informatie in de samenwerking stoppen en met een bv kun je dat juridisch goed regelen. A.S., infographic E.O

:Koppert Biological Systems is marktleider in de biologische bestrijding in Nederland. Naast de productie van sluipwespen, om de witte vlieg uit te schakelen, en roofmijten, tegen de thripslarven, ontwikkelt het bedrijf aaltjes die schadelijke bodeminsecten te grazen nemen. Voor de biotechnologische opkweek van deze aaltjes ging het bedrijf in zee met de agrarische hogeschool in Den Bosch. In vergelijking met de LUW, waar Koppert ook onderzoek uitzet, is de hogeschool niet alleen goedkoper. Een universiteit heeft weliswaar meer expertise, maar is ook logger. Universitaire groepen wijken vaak niet snel van hun onderzoekslijn af, meldt Rick van der Pas van Koppert. Het familiebedrijf, in 1967 opgezet door komkommerteler Jan Koppert, heeft inmiddels 350 mensen in dienst, onder wie 25 onderzoekers in het eigen onderzoekslab. Bionieuws

De Nederlandse universiteiten hebben steeds meer moeite om jonge onderzoekers te vinden die een onderzoeksaanvraag kunnen indienen voor een talentenbeurs bij de Akademie van Wetenschappen (KNAW). Dit jaar slaagden maar liefst elf van de dertien universiteiten er niet in om het hen toegemeten aantal aanvragen in te dienen. Vorig jaar kreeg de KNAW 116 aanvragen binnen, terwijl 150 kandidaten mochten meedingen. Vooral bij de natuur- en technische wetenschappen neemt het aantal aanvragen voor de talentenbeurs af. Het bedrijfsleven biedt vaak hogere salarissen en betere toekomstperspectieven, stelt een medewerker van de Akademie. Daarnaast hebben de toponderzoekscholen extra geld voor het aantrekken van postdocs. Dat is allemaal concurrentie. Ad Valvas

Het roer moet radicaal om in de fruitteelt, stelt de Belgische fruitexpert Jef de Coster. Het fruitaanbod in Nederland en België moet sterk geconcentreerd worden en telers en handel moeten de handen ineen slaan. Nu nog maken de telers te veel zelf uit welke rassen ze telen en verwachten ze van de veiling dat die hun producten wel even afzet. Maar de mogelijkheid om te rommelen - om het zo maar te zeggen - wordt steeds kleiner. Er moet oon sterke afzetorganisatie komen, stelt De Coster, die tegenwicht kan bieden aan een soortgelijke organisatie in Nieuw-Zeeland en tegen de ongekende schaalvergroting van de fruitteelt in Zuid-Amerika. Alleen met een fruitproductie van minimaal 600 duizend tot 700 duizend ton kunnen wij meedoen op de wereldmarkt. Zuidland

Menig student loopt ernstige studievertraging op tijdens het schrijven van zijn scriptie. Echt gek werd ik ervan om de hele dag aan mijn scriptie te zitten zonder dat het iets opleverde, klaagt een Rotterdamse student. Als het mis gaat, gaat het ook goed mis, meent een scriptiebegeleider. Door de oon-op-oon-relatie met de begeleider vatten studenten kritiek vaak persoonlijk op. Ook raken ze regelmatig overmand door een haast existentiële twijfel: teleurstelling over de voortgang, gevoed door de angst voor een negen-tot-vijf-baan, rijtjeshuis en kinderen. De scriptie als overgangsrite naar de volwassenheid is volgens de universiteitspsycholoog geen slechte vergelijking. Erasmus Magazine

Niet alleen de Nederlandse woningmarkt is overspannen, maar ook de vaderlandse grondmarkt. De prijs voor een hectare bouwland groeide vorig jaar met achttien procent en kwam uit op dik 61 duizend gulden. Vooral in het midden en westen van Nederland betalen de boeren enorme prijzen voor bouwland. In Noord-Holland steeg de hectareprijs vorig jaar met 28 duizend gulden tot 79 duizend. De oorzaken volgens de Nederlandse vereniging van makelaars: de schaalvergroting, het gunstige investeringsklimaat en het extensiveringsbeleid. De prijs van grasland steeg minder sterk, van 48 naar 52 duizend gulden per hectare. Oogst

De pluimveestapel mag uitbreiden als de hoeveelheid mest niet stijgt. Dat is de crux van het initiatief Golden Harvest, waar veertig pluimveehouders aan hopen mee te doen. Ze kopen geen extra mestrechten aan, maar zorgen ervoor dat hun mest wordt verwerkt tot korrels, die vervolgens worden geëxporteerd. Een prachtig product, vindt oud-LUW-voorzitter Theo Vos, voorzitter van Golden Harvest. Financieel kan de investering in mestverwerking uit. De pluimveehouders zijn elf gulden per kip extra kwijt bij Golden Harvest, maar investeren in mestrechten kost al gauw zo'n vijftien tot twintig gulden per kip. Mestexporteur Kuepers Nederweert kan de vraag naar mestkorrels uit het buitenland niet aan. Als Golden Harvest zich goed ontwikkelt, is er over twaalf jaar geen mestprobleem meer, denkt pluimveehouder Hein Thijssen. Oogst

Re:ageer