Organisatie - 27 november 2008

DE TIJD IS RIJP VOOR GM-GEWASSEN

Nederlandse landbouworganisaties en Wageningse plantenwetenschappers pleiten steeds luider voor toelating van genetisch gemodificeerde organismen (gmo’s) in Europa. Landen als de VS, Brazilië en China ontwikkelen en telen al op grote schaal gm-gewassen, en onderzoek toont aan dat de risico’s voor gezondheid en milieu beperkt zijn. Daarom is de tijd rijp voor een Europese genrevolutie. Mee eens?

Een proefveld met een gewoon aardappelras (boven) en een cisgene aardappel van Plant Research International. Na besmetting met fytoftora werden de gewone aardappelplanten ziek en de gemodificeerde niet.
Een proefveld met een gewoon aardappelras (boven) en een cisgene aardappel van Plant Research International. Na besmetting met fytoftora werden de gewone aardappelplanten ziek en de gemodificeerde niet.

Foto: foto PRI

Dr. Bert Visser, directeur Centrum Genetische Bronnen Nederland
‘Ja, de tijd is rijp voor gm-gewassen, maar wel met een flinke ‘mits’. Gentechnologie is duur en de uitgebreide wet- en regelgeving maakt het nog duurder. Daardoor komt de markt van gm-zaaizaad in handen van een klein aantal grote spelers in de wereld, zoals Monsanto en Syngenta. Als die het aanbod en de prijs gaan bepalen, ontstaat een scheve machtsverhouding tussen kopers en verkopers van zaaizaad. Bovendien investeren zij alleen in gewassen waar een koopkrachtige vraag naar is, zoals soja en maïs, maar niet in een belangrijk voedingsgewas als banaan.
Daarom moet de publieke sector meer investeren in gentechnologie. En om die reden moeten de toelatingsregels van gm-gewassen worden vereenvoudigd, zodat ook kleinere bedrijven op deze markt terecht kunnen. De regelgeving is gericht op het waarborgen van voedselveiligheid en het voorkomen van nadelige milieueffecten. Er is inmiddels veel onderzoek en praktijkervaring opgedaan met gm-gewassen, vooral buiten Europa. Alhoewel je problemen natuurlijk nooit kunt uitsluiten, zijn de risico’s tot nu toe beperkt gebleken. Dat maakt dat de regelgeving achterhaald is. Het wordt tijd voor een versnelling van publiek gm-onderzoek ten behoeve van voedselzekerheid in de wereld.’

Dr. Gijs Kleter, onderzoeker bij RIKILT, Instituut voor Voedselveiligheid
‘Het RIKILT doet onderzoek naar de voedselveiligheid van gm-gewassen. Tot nu toe zien we vooral gmo-aanvragen langskomen die voordelen bieden voor de boer of veredelaar, zoals herbicide-resistente gewassen, maar nog geen gm-gewassen die voordelen bieden voor de consument of het milieu, zoals droogte- of zoutresistente gewassen.
De toelatingsprocedure is uitgebreid en tijdrovend, mede door het besluitvormingstraject na de wetenschappelijke beoordeling van de veiligheid. Je kunt je afvragen: waarom wordt een gm-gewas anders beoordeeld dan een conventioneel gewas dat nooit is getest, maar waarvan de ervaring zegt: veilig. Er is veel bekend van bepaalde genetische modificaties door onderzoek in Europa en de VS.
Bij de beoordeling geldt het voorzorgprincipe. De genetische modificatie wordt steeds complexer en dan is het vooral zaak de mogelijk onbedoelde effecten te onderzoeken. We hebben tot op heden geen problemen voor de voedselveiligheid gevonden bij voor markttoelating aangemelde gm-gewassen. Soms vermoeden ngo’s kwalijke gezondheidseffecten, maar nader onderzoek levert dan niets op. Een vereenvoudiging van de toelating acht ik mogelijk als de EU, de VS en andere landen elkaars beoordelingen zouden erkennen.’

Prof. Frans Brom, hoofd Technology Assessment van het Rathenau Instituut en bijzonder hoogleraar Ethiek van de levenswetenschappen aan Wageningen Universiteit
‘Het is een verkeerde stelling, omdat die zich richt op een instrument. Zo van: middel gmo zoekt doel. Fout. Het gaat om het doel: duurzame landbouw of grondstofvoorziening in de wereld. De vraag is dan of genetische modificatie een meerwaarde heeft ten opzichte van andere technologieën om dat doel te bereiken.
Ik denk dat gmo’s absoluut een meerwaarde kunnen leveren bij de voedselvoorziening, maar dan moet je wel de sociale context van die voedselproductie bekijken. Er bestaat nog een groot gat tussen de potentiële productie en de reële productie in grote delen van de wereld. Niet het gewas, maar het bedrijfsmanagement, de infrastructuur en de beschikbaarheid van water vormen daarbij de grootste bottlenecks. Gelukkig hoor ik niemand meer zeggen dat we met gm-gewassen het wereldvoedselvraagstuk oplossen. Dan monopoliseer je de oplossing. Bij elke technologie moet je je afvragen: kunnen de boeren ermee uit de voeten? En willen de consumenten het? Door te zeggen dat gmo’s een deeloplossing kunnen zijn, sta je open om met andere partijen de voedselproductie te verbeteren.
De toelatingsregels voor gm-gewassen in Europa zijn dermate complex, tijdrovend en duur dat ze monopoliebevorderend werken. Maar reken er niet op dat die Europese regels op korte termijn worden versoepeld, want Nederland staat binnen Europa bekend als gmo-vriendelijk.’

Piet Schenkelaars van Schenkelaars Biotechnology Consultancy, medeauteur van ‘Oogst uit het lab’ in 1988 en 2008
‘De gm-gewassen die nu zijn toegelaten in Europa, zijn nauwelijks interessant voor de Nederlandse landbouw. Maar er komt nu een transgeen maïsras aan dat bestand is tegen de wortelkever, een schadelijk insect dat aan een opmars bezig is in Europa. Als Nederlandse boeren dit nieuwe voedermaïsras gaan verbouwen, is de vraag wel of Campina bereid is zuivel af te nemen van boeren die gm-veevoer gebruiken.
De cysgene aardappel tegen fytoftora en de cysgene appel tegen appelschurft uit Wageningen zijn interessant. Ik begrijp dat de betrokken wetenschappers een soepele toelatingsprocedure willen, want een toelatingsprocedure voor gm-gewassen kost nu gemiddeld zeven miljoen euro. Erg veel geld voor een klein bedrijf of een onderzoeksorganisatie. Wellicht vinden ze juridische aanknopingspunten om de kosten te verlagen. Je zou samen met anderen precompetitief onderzoek kunnen doen om aan te tonen dat cysgenese veiliger is dan transgenese en dat deze innovatie de beste oplossing is voor een duurzame landbouw.’

Henk van Latestijn, directeur van innovatieprogramma Transforum, in het Agrarisch Dagblad
‘De jarenlange discussie over de voors en tegens van genetisch gemodificeerd voedsel heeft alleen maar geleid tot verstarde standpunten en tunnelvisie. We moeten toe naar experimenten. Het kabinet heeft besloten dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de fruitteelt in 2010 met 95 procent gedaald moet zijn. Met genetische technieken kun je nieuwe varianten realiseren die bestand zijn tegen ziekten en schimmels. We willen af van bestrijdingsmiddelen, we hebben technieken om dat te doen, maar de huidige wet- en regelgeving maakt het moeilijk om deze technieken toe te passen. We moeten gecontroleerde proeven gaan doen om duurzaamheid op vele manieren gestalte te geven. Dan kan bijvoorbeeld blijken of het overschrijden van de soortgrens in de veredeling een stap te ver is.’

Re:ageer