Organisatie - 11 juni 2009

DE SCHADUW VAN EPIMETHEUS

In de krant zie ik foto’s van de schaduw van het maantje Epimetheus op de ringen van Saturnus. Om duizelig van te worden, maar ik geloof het. Daarboven staat een promotieonderzoek van Jan Buitenhuis uit Groningen beschreven, naar de gevolgen van verkeersongelukken. Mensen bij wie de diagnose ‘whiplash’ is gesteld, blijken 2,6 maal zo vaak na een jaar nog klachten te hebben dan mensen met even erge beginklachten bij wie de arts aanvankelijk ‘spierpijn in de nek’ had gezegd. Dus als je denkt dat je whiplash hebt, iets Heel Ergs, duurt het langer. Buitenhuis adviseert om de term whiplash te mijden, alsof het een boze geest is.
Vreemd toch, dat we de werkelijkheid buiten de mens zo ontzettend goed kennen, maar onszelf zo slecht. Dit zien we ook in Wageningen. Wij doen onderzoek naar allergie en perceptie. Wat allergie betreft schijnt tien procent der Nederlanders zichzelf allergisch te vinden, terwijl artsen spreken van één proocent. Dat klopt met de opmerking van een bevriende huisarts die zegt dat bij negen van de tien patiënten het probleem tussen de oren zit – waar het overigens niet minder akelig van wordt. Bij perceptieonderzoek blijkt dat de kleur van een drankje of snoepje minstens zo belangrijk is als de ingrediënten.
Ook de sociale omgeving doet ertoe. Vertrouwd of vreemd, dat is wezenlijk. Bij Australisch onderzoek naar pijn bij science-studenten is gebleken dat proefpersonen minder pijn voelen na het bezoek van eenzelfde onbekende als ze denken dat die tot hun eigen science-studenten -faculteit behoorde dan wanneer hij zich presenteerde als een arts-student (Eur J of Soc Psy 37:649-660).
Gezegend de onderzoekers in de kenniseenheden aarde, plant, dier en technologie. De arme sociale wetenschappers moeten proberen mensen te bestuderen – zichzelf en elkaar incluis. Maar de plank voor onze kop herkennen we minder goed dan de schaduw van Epimetheus een miljoen kilometer hiervandaan. Ik krijg er pukkeltjes van.

Re:ageer