Student - 25 juni 2009

‘DE ERGSTE TIJD VAN MIJN LEVEN’

De stage van Christiane Baars, tweedejaars Equine, Leisure and Sports aan Van Hall Larenstein Wageningen liep uit op een drama. Op de rijschool in the middle of nowhere in Namibië kreeg ze te maken met magere paarden, slecht eten, ongezuiverd water en kakkerlakken, met voedselvergiftiging tot gevolg. Uiteindelijk ontvluchtte ze de situatie en liep acht kilometer naar de buren.

nieuws_3433.jpg
nieuws_3433.jpg

Foto: .

‘Ik was benieuwd naar andere culturen en vond dit dé kans om Afrika te zien. Mijn vader heeft er zeven jaar gewerkt, dus wat kon me overkomen? Ik vond een stageplaats in Namibië, bij een rijschool gerund door een voormalige World Cupruiter en haar man. Hun manege ligt afgelegen, ergens middenin een bos. De dichtstbijzijnde grote stad - Windhoek - is zo'n zestig kilometer rijden. Als blanke vrouw een taxi bestellen leek me niet handig; er waren net twee Russen vermoord. Ik was helemaal op mijn stagebegeleiders aangewezen. Griezelig, helemaal omdat twee van de drie deuren in huis niet op slot konden.
Gelukkig mocht ik voor de dieren zorgen, dat is mijn passie. Van de bedrijfsvoering snapte ik niets, ze hadden 8 fulltimers voor 25 paarden. Het was mijn taak om de bedrijfsvoering te verbeteren, maar er werd niet naar me geluisterd. Ik heb nog een activiteitenschema gemaakt, niemand heeft het ooit opgehangen. De paarden waren mager, omdat het geld voor eten ontbrak. Steeds vertelde de eigenaar me dat er binnenkort veel geld binnenkwam. Ik heb er nooit wat van gemerkt.
Ook ons eigen eten was slecht, ik dronk ongezuiverd water en de kakkerlakken liepen over de keukenvloer. Ondanks dat ik bedorven eten weggooide liep ik voedselvergiftiging op. Ik lag met veertig graden koorts op bed, toch kostte het me drie dagen om mijn begeleider ervan te overtuigen dat ik een arts nodig had.
Ik werd onbeschoft behandeld. Toen in één van de weilanden brand uitbrak moest ik achterop een pick-up mee, ergens tussen de watertanks, terwijl we met 120 kilometer per uur over de Afrikaanse wegen reden. Doodeng. Vijf nachten lang sliep ik alleen in het onbeveiligde huis. Het was de ergste tijd van mijn leven.
Uiteindelijk hield ik het niet meer vol. Ik liep naar de buren, ongeveer acht kilometer verderop. Zij hebben mijn hele verhaal aangehoord en me naar een ander stageadres gebracht. Daar heb ik de andere kant van Afrika gezien. Ze zorgden goed voor hun dieren, waren fantastisch voor het personeel en gebruikten mijn ideeën. Met hen heb ik nu nog steeds contact.
Ik ben sterker geworden, en weet mijn leven hier meer te waarderen. Mijn volgende stage doe ik in een westers land. Misschien wil ik ooit nog wel terug, als vakantie. Maar in Afrika werken? Nooit!’

Re:ageer