Organisatie - 5 maart 2009

DARWIN II

Het Darwinjaar is van start, Darwinisten bekvechten met creationisten. De media - Resource inbegrepen - tekenen maar al te graag hun patstellingen op. Een polair moddergevecht over het gelijk van het ontstaan en de ontwikkeling van het leven op aarde is het resultaat.
Darwinisten roepen dat leven evolueert door genetische variatie en natuurlijke selectie. Creationisten daarentegen roepen een schepper aan om het kunststukje ‘leven’ zin in te blazen en de gaten van de analytische geest te dichten. Aangezien metafysica per definitie ongrijpbaar is voor fysica, ontstaat er al snel een loopgravenoorlog zonder enige beweging aan het front.
Het is verheugend dat levensvragen en waarheidsvinding ten aanzien van onze natuur ten alle tijden naar de voorgrond treden. Maar voor een open en beweeglijk front is het belangrijk om het denkkader, de achtergrond van waaruit onze antwoorden op de wereld voortkomen, expliciet te maken. Wat is de achtergrond waaruit de tegenstelling tussen Darwin en God voortkomt?
Creationisten beweren vaak dat wetenschap ook maar een geloof is. Hierin hebben ze wel een beetje gelijk. Wetenschap lijkt wel op een genuanceerde mythe. Waarom? De wetenschappelijke methode poneert een hypothese die door middel van verificatie en falsificatie getoetst kan worden. Toetsen geschied door zintuiglijke waarneming en intellectuele deductie van data. Doorstaat de hypothese deze toets, dan is er geldige kennis geschapen totdat iemand met een meer aanvaardbare theorie op de proppen komt. Echter, de niet zintuiglijke werkelijkheid valt structureel buiten de boot. Het ontkennen van deze werkelijkheid is evenzeer een geloof als het geloven erin, simpelweg omdat hij niet is ingescheept in de wetenschappelijke olietanker.
Geloof en ongeloof zijn dus een stuk lastiger te conceptualiseren dan de vraag doet vermoeden. Geloof begint waar het inzicht van de geest eindigt. Ieders geest eindigt wel ergens, dus iedereen gelooft dan ook ergens in. Geloof in onze bewuste geest met zijn zintuiglijke instrumentarium is misschien wel het geloof van onze tijd. Saillant feit; geloof ervaren we als onomstotelijke waarheid. Dat geeft te denken.
Darwinisten hameren terecht op het gronden van kennis in materie. Daarin zijn ze bijzonder succesvol. Tot dusver staat de basis van de theorie als een huis. Maar wat als bewustzijn (dat definieer ik hier als informatieoverdracht) zich manifesteert in materie? Er is onderzoek bekend waarin hongersnood door de moeder worden overgedragen op het kind door methylering van DNA. Ervaringen in het leven (honger) kent een materieel gevolg (DNA methylering bij het kind). Onderzoek met ratten wijst erop dat moederliefde invloed heeft op het aantal oxytocinereceptoren in de hersenen van haar nakomelingen. Oxytocine is een neurotransmitter die geassocieerd wordt met de binding tussen moeder en nakomeling. Trekt men de lijn van ratten door naar mensen, dan kan gebrek aan moederliefde in de jeugd van het kind leiden tot minder oxytocinereceptoren in de komende generatie. Wederom ervaring (gebrek aan liefde en affectie) kent een materieel gevolg (weinig oxytocinereceptoren).
De materiële conceptualisatie van geldige kennis waarmee de wetenschap met haar voorliefde voor zintuiglijke waarneming goed uit de voeten kan, lijkt dus een immateriële evenknie te hebben. Bewustzijn lijkt zich te mengen met objectief waarneembare feiten. Als de mentale ervaring een oorzaak is met materiële veranderingen in het lichaam tot gevolg, zijn zowel subjectieve ervaringen en objectieve feiten dragers van de evolutionaire wandelschoen.
Noemen we God bewustzijn, dan kunnen Darwin en God opeens aan verschillende zijde van dezelfde medaille staan. Deze medaille verdient elke waarheidsvorser, los van de methode waarbinnen kennis tot het bewustzijn doordringt.

Re:ageer