Wetenschap - 29 november 2007

Cultuur is hindernis bij Europese projecten

Europese organisaties die samenwerken in interregionale projecten (Interreg) kennen elkaars culturele achtergrond niet. Ze denken aanvankelijk dat de buitenlandse partners hetzelfde denken als zij, en daardoor duurt het vaak drie tot vier jaar voordat ze elkaars aanpak begrijpen. Dat stellen drs. Roel During en drs. Rosalie van Dam van Alterra.
De onderzoekers analyseerden samen met Europese collega’s de rol van cultuur in twintig Interreg-projecten. Het doel van het project is om de omgang met cultuurverschillen in de projecten te verbeteren.
Zo kregen verschillende Noord-Europese partners in een landschapsproject een inhoudelijk conflict zonder dat ze begrepen waarom. De term ‘landschap’ was bekend in de Nederlandse, Engelse, Deense en Noorse taal, maar ieder land bleek er een eigen betekenis aan te geven. Het onbegrip kwam aan het licht tussen de Noren en de Nederlanders toen de laatsten voorstelden landbouwgrond om te zetten in bos, want in Noorwegen is ‘landschap’ alles behalve bos. ‘De deelnemers ontdekten pas na een jaar dat de betekenis van ‘landschap’ sterk uiteen liep in hun landen’, zegt Van Dam.
In een ander project kregen Duitse en Poolse planologen, die kennis over ruimtelijke planning wilden uitwisselen, te maken met wederzijds onbegrip. De Duitse partner beschouwde de planontwikkeling van een regio als een openbare wetenschappelijke exercitie, die vrijelijk aan het publiek ter beschikking werd gesteld. Maar in Polen is een ruimtelijk plan een politieke kwestie waar de overheid over gaat. De Poolse partner kon daarom geen inrichtingsschetsen ter beschikking stellen aan de Duitse partner, en mocht geen uitspraken doen over het plan. Dit belemmerde de uitwisseling.
Taal is het grootste probleem bij Europese samenwerking, stellen veel deelnemers van de Interrreg-projecten. Volgens During is echter niet taal, maar het culturele onbegrip het grootste probleem. ‘In Nederlandse ogen ben je bijvoorbeeld een goede partner als je goede stukken produceert, wij produceren veel papier. In andere landen wil men bijvoorbeeld in overleg of onderhandeling een project tot een succes maken. Daarbij moet je dan conflicten aangaan en oplossen, maar daar houden wij Nederlanders niet zo van. Weer andere landen zeggen: vertel maar wat ik moet doen.’
During wil dat de deelnemers zich veel meer bewust worden van de culturele verschillen, zodat ze eerder van elkaar kunnen leren. ‘De afgelopen jaren zijn er 6500 projecten geweest die al gauw een paar ton elk kostten. Als je niet van hun ervaringen leert, blijft het rendement van de samenwerking laag.’

Re:ageer