Student - 12 september 2013

Crème de la crème

tekst:
Linda van der Nat

Dit najaar krijgen zes ‘excellente’ studenten na twee jaar hun certificaat voor wat je het eerste Wageningse excellence programme mag noemen. Het project vormde de pilot voor het universiteitsbrede Honours Programme dat later dit collegejaar officieel van start gaat. ‘We werden echt in het diepe gegooid.’

 

Amanda Bresser MSc Earth & environment: ‘Ik ben een nieuwsgierig persoon, ik wil graag meer weten over dingen. En ik wilde graag werken met mensen die zich ook graag ergens in vastbijten. Dat miste ik in de bachelor.’
Amanda Bresser MSc Earth & environment: ‘Ik ben een nieuwsgierig persoon, ik wil graag meer weten over dingen. En ik wilde graag werken met mensen die zich ook graag ergens in vastbijten. Dat miste ik in de bachelor.’

Amanda Bresser, Bart Driessen en Thomas Janssen zijn niet zomaar studenten. Ze halen hoge cijfers, studeren in een hoog tempo en zijn niet alleen geïnteresseerd in hun eigen vakgebied, maar ook in dat van anderen. Dat maakte hen (en drie anderen) uitstekende kandidaten voor de pilot van het Honours Programme, dat in 2011 van start ging voor studenten Omgevingswetenschappen. De Wageningse universiteit is daar bepaald laat mee. Al sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur in 2002, bestaat de wens bij Nederlandse universiteiten om hun excellente studenten iets extra’s te bieden. Dat leverde al vele varianten op van honours programma’s. Bij de ene universiteit gaat het om een combinatie van disciplines, de andere biedt haar honoursstudenten juist verdieping binnen het eigen vak.



Bart Driessen MSc Geo-information sciences & Remote sensing en Earth & environment: ‘Honoursstudenten worden door de universiteit omschreven als ‘de leiders van de toekomst’. Zo zie ik dat niet. We doen dit omdat we het leuk vinden, niet omdat we de ambitie hebben om een beroemde wetenschapper te worden.’
Bart Driessen MSc Geo-information sciences & Remote sensing en Earth & environment: ‘Honoursstudenten worden door de universiteit omschreven als ‘de leiders van de toekomst’. Zo zie ik dat niet. We doen dit omdat we het leuk vinden, niet omdat we de ambitie hebben om een beroemde wetenschapper te worden.’
Thomas Janssen MSc Forest & Nature conservation: ‘Voor de verdieping van mijn bachelorthesis heb ik stage gelopen aan de VU waar ik mee kon lopen met een Zweedse PhD-studente. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Dat is een voorrecht dat veel a ndere studenten niet krijgen.’
Thomas Janssen MSc Forest & Nature conservation: ‘Voor de verdieping van mijn bachelorthesis heb ik stage gelopen aan de VU waar ik mee kon lopen met een Zweedse PhD-studente. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Dat is een voorrecht dat veel a ndere studenten niet krijgen.’

In het diepe
In Wageningen was het de Environmental Sciences Group (ESG) die in 2011 het initiatief nam tot een excellence programme voor haar beste studenten. Het bijzondere aan deze pilot was dat de studenten veel eigen inbreng hadden in hun lesprogramma, aldus Ellis Hoffland, persoonlijk hoogleraar Bodemvruchtbaarheid bij ESG en een van de ontwerpers van de pilot. ‘De gedachte was dat de studenten de regie zouden pakken over hun eigen studie.’ Voor de studenten zelf voelde het alsof ze in het diepe werden gegooid, vertelt Bart. ‘Bij de eerste bijeenkomst voor het gezamenlijke project zeiden onze begeleiders: “Ga maar samen uitzoeken wat jullie willen doen.” Daarmee was de trend gezet voor de rest van het programma.’

Juist die verantwoordelijkheid bleek lastig. Amanda: ‘Ik vind dat je ergens wat vanaf moet weten om er interessante dingen mee te kunnen doen. Tijdens colleges is dat makkelijk want dan komt de stof naar je toe, maar nu moesten we dat zelf doen. Dat was moeilijk, want waar begin je?’ Thomas vult aan: ‘We werden echt in het diepe gegooid.’ Pieter Zuidema was als universitair hoofddocent Bos- en natuurbeheer ook nauw betrokken bij de pilot. Achteraf erkent hij dat de studenten meer sturing en structuur hadden kunnen gebruiken. ‘Maar in de zoektocht naar vrijheid mogen studenten best een beetje zwemmen.’ Ook Hoffland erkent dat ze de studenten lang hebben laten worstelen. ‘Voor ons was het ook zoeken.’ Uiteindelijk leidde de zoektocht van de studenten echter tot resultaat: de studenten kozen voor een onderzoek onder medewerkers en studenten naar de beleving van de campus. Een schot in de roos; het onderwerp bleek te leven in de Wageningse gemeenschap. ‘De zelfstandigheid die van ons werd gevraagd was misschien juist wel goed,’ zegt Bart nu. ‘Als we meer waren gestuurd, hadden we nooit uitgevonden hoe moeilijk het is om zelf te bedenken wat je wilt onderzoeken.’ Amanda had het Honours Programme voor geen goud willen missen. ‘Er zijn deuren voor ons open gegaan die voor andere studenten gesloten blijven. En dit was de pilot, het Honours Programme wordt vanaf nu alleen nog maar beter.’

Talenontwikkeling
 
Alledrie de studenten kozen voor het Honours Programme omdat het hen leuk leek om naast hun studie inhoudelijk bezig te zijn met hun vak. Maar de derde poot van het programma, talentontwikkeling, heeft hen het meeste gebracht. Amanda: ‘Je krijgt feedback op hoe het proces verloopt en wat je rol daarin is. In de reguliere bachelor lever je gewoon je verslag in, je krijgt een cijfer en je hoort er daarna niets meer over.’ Thomas: ‘Zonder dat je erbij nadenkt maak je veel keuzes tijdens je studie. Het Honours Programme heeft mij geleerd om me bewuster te zijn van de keuzes die ik maak. Wat wil ik eigenlijk en hoe zorg ik dat het gebeurt?’ Dat onderdeel van de pilot zal dan ook zeker terug komen in het universiteitsbrede Honours Programme, dat dit collegejaar van start gaat.

‘Het was heel goed voor de studenten om te reflecteren op hun functioneren,’ zegt Zuidema. ‘Zo zijn ze zich bewust geworden van hun natuurlijke rol in de groep en leerden ze dat je ook een andere rol kunt aannemen.’ Wageningen is de laatste universiteit die het Honours Programma invoert, maar de enige bij wie talentontwikkeling zo’n belangrijke rol speelt naast verdieping en verbreding. Thomas, die meewerkte aan de plannen voor het universiteitsbrede Honours Programme, bracht daarvoor een bezoek aan de universiteit van Leiden. ‘Toen wij vertelden dat reflectie zo’n groot onderdeel van het programma was, reageerden ze enthousiast. Daar hadden ze zelf nog nooit over nagedacht, terwijl ze daar al jaren met een Honours Programme bezig zijn. Dat vind ik een enorm compliment voor onze begeleider.



Re:ageer