Wetenschap - 10 januari 2008

Controle op veredeling met radioactiviteit ontbreekt

Er zit een ongerijmdheid in de manier waarop we in Europa de mogelijke risico’s van nieuwe gewassen onderzoeken. ‘Met de controles op bijvoorbeeld een GM-maïs die een nieuw gen ingebouwd heeft gekregen is niets mis’, zegt ir. Esther Kok van onderzoeksinstituut RIKILT. ‘Maar er zijn tientallen nieuwe planten op de markt die misschien op een ingrijpender manier genetisch zijn veranderd dan met gentechnologie. We hebben nauwelijks onderzocht of die veilig zijn.’

Kok en haar collega’s publiceerden in Regulatory Toxicology and Pharmacology een studie waarin ze de procedures voor nieuwe genetisch gemanipuleerde gewassen en andere nieuwe gewassen – waaronder planten die zijn behandeld met radioactiviteit - met elkaar vergeleken. Volgens databanken zijn er wereldwijd alles bij elkaar zo’n honderd GM-gewassen op de markt verschenen. ‘Door de controleprocedures hebben ongelukken zich nooit voorgedaan’, zegt Kok. ‘Maar soortgelijke procedures voor nieuwe niet-GM-gewassen zijn er lang niet altijd.’
Een bekend voorbeeld van een gengewas dat misschien gevaarlijk was - als het op de markt was gekomen - is een soja die genen van de paranoot had gekregen. ‘Het eiwit van de GM-soja sloot in theorie beter aan bij de behoefte van de mens en vooral van dieren’, zegt Kok. ‘Maar het eiwitbestanddeel uit de paranoot kon in mensen allergische reacties uitlokken. Daarom heeft het bedrijf dat de nieuwe soja maakte het gewas nooit op de markt gezet.’
Minder veilig is de situatie rond de nieuwe gewassen die zijn ontstaan doordat plantenveredelaars planten hebben behandeld met radioactieve straling, in de hoop dat er zo interessante mutanten ontstaan. In de archieven van het atoomagentschap IAEA zitten meer dan tweeduizend van zulke nieuwe gewassen. Die zijn volgens het IAEA het spreekwoordelijke topje van de ijsberg. Wat de radioactiviteit in de planten heeft veranderd is zelden onderzocht. Hetzelfde geldt voor de planten die zijn gemaakt door hun plantaardig DNA te behandelen met gen-veranderende stoffen als ethaanmethylsulfonaat en N-ethyl-N-nitrosourea.
‘Er zijn een paar gevallen bekend van nieuwe gewassen met negatieve effecten voor de consument’, zegt Kok. ‘In de vorige eeuw kwamen er bijvoorbeeld aardappels op de markt met een verhoogde weerstand tegen ziekten. Mensen die ervan aten werden ziek omdat de aardappels teveel giftige glyco-alkaloïden bevatte. Er zijn ook gevallen van selderieplanten die allergische huidreacties veroorzaakten of van bladgroenten met ongezond veel nitraat. Maar al die gewassen waren tot stand gekomen zonder gentechnologie. Controles waren er niet of nauwelijks. Pas toen mensen ziek werden keken onderzoekers of ze veilig waren.’
Kok en haar collega’s vinden dan ook dat Europese overheden strenger moeten worden voor nieuwe niet-GM-gewassen. ‘Je zou in ieder geval moeten controleren of de samenstelling van die gewassen niet te veel veranderd is’, zegt Kok. ‘Als dan blijkt dat ze afwijken van bekende veilige varianten zou je ze verder moeten onderzoeken.’

Re:ageer