Nieuws - 29 oktober 2018

Contractlandbouw kan kleine boeren uit armoede helpen

tekst:
Albert Sikkema

Kleine boeren in ontwikkelingslanden die produceren voor de wereldmarkt, leven vaak in armoede. Ze slagen er niet in hun productie voldoende te verhogen, constateert WUR. Maar er zijn effectieve maatregelen om boereninkomens duurzaam te verbeteren. Zo kunnen contractlandbouw en spaargroepen helpen.

Beeld (c) africa924 / Shutterstock.com

Het Wageningen Centre for Development Innovation voerde een review uit naar de effecten van verschillende maatregelen op het inkomen van kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden. Aantoonbaar effectief zijn contractlandbouw, klimaat-slimme landbouw, spaargroepen, toegang tot financiering, producentencoöperaties en het intensief begeleiden van zeer arme boeren.

Om een beter inkomen te bereiken, moeten de boeren hun productie fors omhoog schroeven, zegt projectleider Joost Guijt. ‘Zo zouden tomatentelers in Nigeria in theorie hun opbrengst kunnen vertienvoudigen. In de praktijk is voor de meesten twee of drie keer meer produceren goed haalbaar.’ Zo’n groei is nodig ook, want in veel gevallen moeten huishoudinkomens ruim verdubbelen om op een fatsoenlijk levensniveau uit te komen.

Contractlandbouw
Groei lukt alleen als het internationale bedrijf dat hun productie koopt, een duurzame relatie aangaat met de boeren, constateert Guijt. Contractlandbouw verzekert de boer van een vaste afzet voor een vaste prijs, maar leidt er ook toe dat de afnemer een band kan opbouwen met de producent om er samen voor te zorgen dat de kwaliteit verbetert of dat plantenziekten beter worden bestreden. Het is daarbij cruciaal dat de opkoper de problemen van de boeren snapt en maatregelen bundelt om maatwerk te kunnen leveren.

Daarnaast is het belangrijk dat de kleine boeren zich onderling verbinden in afzetcoöperaties en door spaargroepen te vormen, constateert Guijt. Bij spaargroepen leggen bijvoorbeeld twaalf boeren maandelijks een klein bedrag in, zodat elke boer jaarlijks een grote aankoop kan doen. Denk aan nieuwe technologie en zaden om de productie te verhogen. En in coöperaties kunnen boeren kennis en apparatuur delen.  

Aanvoerketen
Waar het in de kern op neer komt, zegt Guijt, is dat de relatie van voedingsmiddelenproducenten met de aanvoerketen fundamenteel moet veranderen. De bedrijven moeten zich verbinden met de boeren. ‘Lange, anonieme leveringsketens zullen tot het verleden moeten gaan behoren.’

Het Wageningen Centre for Development Innovation deed het onderzoek voor het Farmer Income Lab, een samenwerkingsverband tussen voedingsbedrijf Mars, ontwikkelingsorganisatie Oxfam, Dalberg Advisors en WUR.