Wetenschap - 1 januari 1970

Consument kan leven met gezondheidsrisico’s

Wie wordt ziek door schimmelgif in pistachenootjes? Wie krijgt er al een hartaanval door alleen al naar een pakje roomboter te kijken? Door de groeiende kennis over het menselijk genoom kunnen wetenschappers steeds duidelijker bepalen voor wie bepaalde voeding en leefgewoonten riskant zijn en voor wie niet. Maar hoe de overheid en instellingen die kwetsbare groepen moeten informeren, is nog een groot vraagteken.

Dat zegt de Wageningse communicatiewetenschapper dr Lynn Frewer in Toxicology Letters. Frewer zegt dat er meer onderzoek nodig is naar het communiceren in situaties van risk variability, zoals het uiteenlopen van gezondheidsrisico’s tussen verschillende groepen in de bevolking in het communicatiejargon heet.
Over het informeren over algemene gezondheidsrisico’s, stelt Frewer in het artikel, is meer bekend. Deskundigen onderschatten volgens haar het vermogen van het publiek om met onzekerheid om te gaan. In het verleden heeft dat ertoe geleid dat deskundigen terughoudend waren met het vertellen over mogelijke risico’s van voeding en leefgewoonten, uit angst onnodig ‘hysterie’ te veroorzaken onder het onwetende publiek.
Uit onderzoek is echter gebleken dat slechts een vijfde van de bevolking moeite heeft met onzekerheid en kansen. De meeste consumenten accepteren dat wetenschappers vaak niet veel meer kunnen zeggen dan dat gedrag A misschien leidt tot gevolg B. Andersom hebben ze er wel moeite mee als ze merken dat instellingen die onzekerheid onder het tapijt schuiven en het vertikken de onzekerheden verder te onderzoeken.
Communicatie over onzekerheid versterkt ook het vertrouwen in het beleid. Het weghouden van dat soort pijnlijke informatie, bijvoorbeeld tijdens een voedselcrisis, werkt averechts.
Consumenten doorzien niet alleen vrij snel dat ze voor het lapje gehouden worden en zeggen dan hun vertrouwen op, maar onvolledige informatie leidt er ook nog eens toe dat de meningen in de samenleving polariseren. Consumenten die denken dat gedrag A inderdaad niet gevaarlijk is worden gesterkt in hun mening als ze informatie krijgen waarin mogelijke schadelijke effecten van gedrag A zijn weggelaten. Consumenten die juist denken dat gedrag A ongezond is, wantrouwen de bron. De informatie sterkt ze in hun overtuiging.
Volledige informatie over risico’s en onzekerheden is dus het beste, stelt Frewer. De enige die daaronder lijdt is de wetenschapper. Het publiek schat de expertise van wetenschappers die zeggen dat ze niet alles zeker weten, namelijk lager in. | W.K.

Re:ageer