Wetenschap - 16 mei 2002

Commentaar: Vreemde eend in de bijt

Commentaar: Vreemde eend in de bijt

In Nederland vind je vele beesten die hier van oorsprong niet thuishoren. Om er maar een paar te noemen: de muskusrat die hier is heengebracht door pelsdierfokkers, de beverrat die twee jaar geleden de grens overkwam in Limburg, en de Japanse oester die op drift is in Zeeland. Met de regelmaat van de klok dringt er een vreemde soort ons land binnen. Dit voorjaar is de marmergrondel voor het eerst aangetroffen in Nederland: deze vis hoort in de Donau thuis, niet in de Waal. Moeten we hiervan schrikken? Zijn exoten schadelijk voor onze natuurlijke ecosystemen?

Ir Erwin Winter, projectleider Vismigratie en Monitoring bij het RIVO:

"Vissers en pelsdierfokkers hebben er misschien baat bij, maar het verplaatsen van soorten over natuurlijke barri?res gaat onherroepelijk ten koste van de totale biodiversiteit. Invoer van exotische dieren kunnen we zeker voorkomen, maar het is een ander verhaal als dieren op eigen kracht nieuwe gebieden intrekken.

De marmergrondel is er zo een, die komt oorspronkelijk uit het Zwarte Zeegebied. Het is onzeker of deze vis problemen zal geven, maar er zijn hier wel andere voorbeelden van. De snoekbaars bijvoorbeeld. Deze Oost-Europese vis is eind 1800 uitgezet in de Rijn en heeft zich enorm uitgebreid. Door de komst van deze soort moesten andere vissen inleveren. De snoekbaars doet het namelijk goed in ge?utrofieerde wateren, ofwel wateren waar door vervuiling extra voedingsstoffen in zitten. Op sommige plekken heeft ze de snoek verdrongen, een vis die niet goed tegen eutrofi?ring kan. Je ziet dat hoe meer een ecosysteem is onderdrukt door menselijk toedoen, hoe gevoeliger het is voor uitheemse soorten.

Het uitzetten van vis kan duidelijk gevaarlijk zijn. Kijk maar naar het Victoriameer in Afrika, waar de introductie van de Nijlbaars geleid heeft tot een enorme achteruitgang van de biodiversiteit. Vele inheemse vissoorten zijn hier verdwenen. Voor de visserij heeft het goed uitgepakt. Door de Nijlbaars en haar nauwe verwanten is er een hogere visproductie, maar het ecosysteem gaat er wel op achteruit.

Zie ook de Noord-Amerikaanse kreeft die naar Europa is gehaald in de negentiende eeuw. Deze kreeftsoort doet het goed in relatief vuil water en heeft de Europese zoetwaterkreeft bijna geheel verdrongen. Vissers stuiten op het probleem dat de Noord-Amerikaanse kreeft hun netten beschadigt. Deze kreeft heeft zulke scherpe scharen, dat ze de fuiken kapotknippen om eruit te komen.

Een ander voorbeeld is de zeelt afkomstig uit Poolse meren die hier is uitgezet. We hadden in Nederland ook zeelt, maar die verschilde van de Poolse door haar groene kleur. De Poolse is bruin. Door de introductie van de Poolse zeelt vind je hier nu vrijwel alleen deze bruine variant. Door het heen en weer slepen van dieren krijg je dus een vervlakking van de genetische diversiteit.

Momenteel zijn er in Nederland geen plannen om commerci?le uitheemse vissoorten te introduceren. Nog wel wordt er veel vis uitgezet door de sportvisserij. Er kunnen wel eens Chinese karpersoorten ontsnappen.

Introductie van exoten moet je zoveel mogelijk beperken. Het gaat ten koste van de biodiversiteit en het probleem is dat als zo'n soort er eenmaal zit, ze moeilijk is weg te krijgen. Het zorgt voor onomkeerbare veranderingen in het ecosysteem." | H.B.

Re:ageer