Wetenschap - 20 december 2001

Commentaar: Rechten van het dier

Commentaar: Rechten van het dier

Een koe met gevoelig tandvlees heeft recht op de tandarts. Voor latere generaties zal het eten van vlees misschien gelijk staan aan kannibalisme. Dat vindt Paul Cliteur, Leids filosoof, prominent VVD-lid en sinds kort ambassadeur van de Stichting Varkens in Nood. Cliteur vindt dat we dieren rechten moeten geven: de Universele Rechten van het Dier. Is daar iets op tegen?

Dr. Bart Gremmen, directeur Centrum Methodische Ethiek en Technology Assessment en verbonden aan de leerstoelgroep Toegepaste Filosofie:

"Cliteurs idee van recht is eenzijdig. Voor hem is 'recht' iets passiefs, iets wat je gegeven wordt, in dit geval iets wat wij als mensen aan dieren geven. Dat is maar ??n kant van het rechtsbegrip. Er is ook een actieve kant. Mensen kunnen vechten en discussi?ren voor hun rechten. Dieren niet.

Nog zoiets. Tegenover rechten staan plichten. Hoe kunnen wij dieren nu iets verplichten?

Als je gaat nadenken over de consequenties van dierenrechten, kom je al snel op absurde scenario's. Als de rechten van mensen worden geschonden, kun je als samenleving ingrijpen. Moet dat met dieren ook? Dieren onderling kunnen op een tamelijk fascistische manier met elkaar omgaan. Moeten we dan ingrijpen?

Cliteur vergeet dat je rechten geeft aan een persoon. Iemand die je kan vertellen dat hij pijn lijdt of ongelukkig is. Van dieren kun je niet begrijpen of ze lijden, dus zijn ze geen persoon. Ja, je kunt zien dat dieren pijn willen vermijden. Als je steekt, vluchten ze van je weg of vallen ze je aan. Maar dat maakt ze nog geen persoon en dat geeft ze nog geen rechten. Uiteindelijk moet ik al hun verlangens, wensen en gevoelens zelf bedenken. Dat maakt dat alle rechten die ik aan dieren toeken meer zeggen over mij dan over dieren.

Ik zeg niet dat mensen alles kunnen doen met dieren wat ze willen. Maar als je nadenkt over de grenzen van wat wel en niet kan, moet je kijken naar de context waarin mensen met dieren omgaan. In de landbouw, in de laboratoria, maar ook in onze huizen, met onze huisdieren, en in onze natuurgebieden, hebben we in de geschiedenis geleerd hoe we met dieren om moeten gaan. Als wilt nadenken over hoe we ons moeten gedragen tegenover dieren, moet je kijken naar de plaatsen waar verschillende contexten met elkaar botsen.

Samen met Paul Koene bestudeer ik nu bijvoorbeeld grote grazers in natuurgebieden. We buigen ons daarbij ook over de vraag wat natuurbeheerders moeten doen met dieren die ziek zijn. Moeten ze die helpen? Als politieagenten verwaarloosde honden tegenkomen, of zieke dieren in de wei zien staan, dan slingeren ze de eigenaars op de bon. In de vrije natuur willen we de dingen op hun beloop laten. Maar is een natuurreservaat met natuurbeheerders wel 'vrije natuur'? Als je het hebt over zieke dieren in een natuurreservaat, dan heb je het dus over botsende contexten.

Uiteindelijk zijn we tot een gedragslijn gekomen dat parkwachters zieke dieren die ze tegenkomen moeten helpen. Maar ze gaan ze niet opzoeken om ze te helpen. | W.K.

Re:ageer