Wetenschap - 1 januari 1970

Commentaar: Koude fusie

Commentaar: Koude fusie

Commentaar: Koude fusie


Na twee jaar onderhandelen was het twee weken geleden zover. Het plan voor
de fusie van Wageningen UR en twee agrarische hogescholen werd gelanceerd.
En daarna werd het stil. Geen protesten, geen blijdschap, maar
schouderophalen.

De fusie is vooral een zaak voor bestuurders, maar zelfs die lijken niet
erg enthousiast over het vooruitzicht dat Wageningen UR en de hogescholen
per 1 januari 2004 onder één bewind zullen vallen. Het 78 pagina’s dikke
businessplan dat is vastgesteld door de raad van bestuur bevat nauwelijks
uitgewerkte plannen voor het verzilveren van het toekomstig samengaan.
Alleen de bestuurlijke constructie is helder. De hogescholen zullen de
zesde kenniseenheid van Wageningen UR worden. De raad van bestuur van
Wageningen UR wordt ook baas in Leeuwarden en Velp. Verder worden plannen
genoemd voor samenwerking tussen de Wageningse en de Velpse opleidingen
landschapsarchitectuur. Opleidingen die in het verleden al nauwe contacten
hadden.
Het plan valt verder vooral op door wat er niet in staat. Geen concrete
plannen over de toekomst van vakgebieden en opleidingen, geen ambitieuze
doelstellingen. Het plan staat vooral vol met bezweringen waarin in steeds
wisselende bewoordingen wordt benadrukt dat het hbo onder de vleugels van
Wageningen UR zijn eigen identiteit moet bewaren. Begrijpelijk, Van Hall en
Larenstein zijn net zelf gefuseerd, en willen eerst samen sterk staan, maar
energiek is anders. Bij de meeste docenten en studenten is van geestdrift
al helemaal geen sprake. ‘Zolang ik er maar geen last van heb, vind ik het
best.’ Lijkt de houding.
Is dat erg? Misschien niet. Ook andere universiteiten zoals de Vrije
Universiteit en de Universiteit van Amsterdam gaan een bestuurlijke fusie
aan met hogescholen, en ook daar is van fusiekoorts geen sprake. Baat het
niet, dan schaadt het niet is de houding. Dat zou voor Wageningen ook
kunnen gelden. Universiteit en hogescholen gaan vooral op praktisch terrein
samenwerken en zoeken naar voordeeltjes. Wageningen en Larenstein gaan
bijvoorbeeld niet langer ieder apart naar internationale onderwijsbeurzen,
maar sturen één vertegenwoordiger op pad. Hbo’ers krijgen betere
mogelijkheden om door te stromen naar de universiteit. Een leuk lokkertje
voor de hbo-instellingen en prettig voor de studentenaantallen van de
universiteit. Zo lang de ambities niet te hoog reiken is er geen probleem.
Maar de onverschillige houding is wel iets om rekening mee te houden bij de
verdere uitwerking van de plannen. Veel docenten van Wageningen
Universiteit zijn na de omschakeling van de oude naar de nieuwe
programma’s, de reorganisatie en de fusie met DLO reorganisatiemoe. Het
laatste waar zij op zitten te wachten zijn nieuwe herprogrammeringen om het
onderwijs van universiteit en hbo op elkaar af te stemmen.
Korné Versluis

Re:ageer