Wetenschap - 20 september 2001

Commentaar: Kinderarbeid

Commentaar: Kinderarbeid

Anders dan politici en activisten denken, is armoede niet de motor achter kinderarbeid. Een onderzoek op het platteland van Pakistan laat juist zien dat kinderen van rijkere families meer werken en minder naar school gaan dan kinderen van arme, landloze families. In hun studie Child Farm Labour: The Wealth Paradox ondergraven de Britse economen Sonia Bhalotra van Cambridge University en Christopher Heady van Bath University de populaire theorie. Eigenaren van grotere boerderijen, groter dan 1,2 hectare, blijken hun kinderen nodig te hebben om het land te bewerken, terwijl de arme kinderen naar school gaan. Verrassend, dit rapport?

Dr. Paul Hebinck, leerstoelgroep Rurale ontwikkelingssociologie Wageningen Universiteit:

"Het is een beetje een gek rapport. Ik ken andere situaties, voornamelijk in Zimbabwe, waar overwegend kinderen uit arme gezinnen werken. Het is frappant dat het hier juist de kinderen van rijkere landeigenaren zijn. Maar wat is rijk? Meer dan 1,2 hectare zou ik niet rijk willen noemen.

Het is vrij normaal dat kinderen van boeren meewerken op het bedrijf. Je ziet in Nederland ook dat kinderen helpen met melken als ze uit school komen.

Ik heb niks tegen kinderarbeid. De NOVIB en de Internationale Arbeidsorganisatie ILO zijn er fel tegen en willen het uitbannen, maar dan zeg ik: jullie begrijpen er niets van. In ontwikkelingslanden is kinderarbeid een essentieel element in de manier van bestaan van veel gezinnen.

Er zijn vormen van kinderarbeid waar ik moeite mee heb, waar kinderen nauwelijks betaald worden en goor werk doen. Maar in de context kan kinderarbeid ook goed uitwerken. Wie ben ik om te zeggen wat goed is? Ik denk dat je een discussie moet voeren over de context.

Uit Zimbabwe ken ik een schoolsysteem op een theeplantage. 's Morgens gaan de kinderen plukken, dan krijgen ze te eten en vervolgens gaan ze naar school. Dat wordt betaald door de eigenaar van de plantage. Zonder dit systeem zouden die kinderen het nooit voor elkaar krijgen om naar school te gaan. Het is waar: kinderen van acht tot twintig jaar doen de hele dag in een theeplantage relatief zwaar werk. Ze kunnen wel naar school, maar hebben geen tijd om te voetballen, om kind te zijn. Aan de andere kant zeggen ze: als ik moet kiezen tussen voetballen en naar school gaan, dan kies ik voor school. Dat bedoel ik met plaatsen in de context van kosten en opbrengsten.

Begin eens met luisteren naar wat kinderen zelf zeggen. Kinderen weten vaak heel goed wat ze willen en ze weten wat ze doen. Laten we dat serieus nemen en naar werk kijken vanuit het kind zelf.

Ik zie een spanning tussen 'childhood' en 'adulthood', tussen kinderen en volwassenen en hun organisaties. Je hebt altijd volwassenen die zich er tegenaan gaan bemoeien, zoals de ILO en de NOVIB. Maar het vastgeroeste idee van de ILO begint los te komen door dit soort onderzoeken en discussies. De idee?n over kinderarbeid zijn in beweging." | M.H.

Re:ageer