Wetenschap - 1 januari 1970

Commentaar: Homeopathie bij dieren

Commentaar: Homeopathie bij dieren

Commentaar: Homeopathie bij dieren


Er is wel degelijk bewijs dat homeopathie bij dieren werkt, zegt het
biologische onderzoeksinstituut Louis Bolk Instituut in een recent rapport.
Het is alleen bitter weinig. Dat komt omdat wetenschappelijke onderzoekers
niet goed weten hoe je homeopathie onderzoekt. Natuurlijk. Geef de
wetenschap maar de schuld. Homeopathie is volksverlakkerij waar serieuze
wetenschappers hun handen niet aan vuil aan moeten maken. Toch?

Drs Ineke Eijck, dierenarts bij het Praktijkonderzoek Veehouderij:

,,Dat hoor je mij niet zeggen. Als wetenschapper weet ik niet of
homeopathie werkt, maar ik kan ook niet zeggen dat het niet werkt.
Verleden jaar hebben we samen met het Louis Bolk onderzoek gedaan naar
speendiarree bij biggen. Jonge dieren krijgen daar vaak last van als de
boer ze van hun moeder weghaalt. De stress van de scheiding en de nieuwe
omgeving en het nieuwe voer kunnen er dan toe leiden dat bacteriën de
darmwand aantasten en zorgen voor diarree.
Traditionele dierenartsen bestrijden diarree met antibiotica. Wij
gebruikten echter homeopathische middelen. Het rekenwerk is nog niet klaar,
maar het ziet er niet naar uit dat het niet werkte. Homeopathisch
behandelde biggen hadden net zoveel diarree, groeiden net zo hard en gingen
net zo vaak dood als dieren die een placebo hadden gekregen.
Toch kan ik niet beweren dat homeopathie niet werkt. We hebben homeopathie
niet gebruikt zoals dat volgens de homepathische leer zou moeten. Om te
beginnen hebben we de middelen gebruikt toen de biggen al ziek waren.
Curatief, heet dat. Een wezenlijk kenmerk van de homeopathische behandeling
is nou juist dat je homeopathie preventief gebruikt.
Wat ik wil zeggen is dat homeopathie een andere manier van denken vergt en
dus ook een andere onderzoeksaanpak. In het geval van onderzoek naar
speendiarree zou een goede studie er behoorlijk ingewikkeld kunnen uitzien.

In de homeopathie bepaalt bijvoorbeeld niet het symptoom, maar de
achterliggende oorzaak welk homeopathisch middel de behandelaar toedient.
Biggen kunnen diarree krijgen door verlatingsangst bij het scheiden van de
moeder, door verhuisangst, of de stress die komt kijken bij een nieuwe
omgeving met andere koppelgenoten. Voor al die angsten zou je een ander
homeopathisch middel moeten geven, preventief en niet curatief.
Daarom kan ik me het standpunt van het Louis Bolk Instituut goed
voorstellen. Ik geloof dat het goed zou zijn als meer dierwetenschappers
zich met homeopathie of andere alternatieve geneeswijzen gingen
bezighouden, en proberen te achterhalen wat werkt en wat niet. Er is
behoefte aan zulke onderzoek. Het gebruik van homeopathie door boeren
groeit snel, en de onvrede van boeren over de middelen ook.
Brussel wil dat biologische boeren alleen in uitzonderlijke situaties
gebruik maken van de normale medicijnen, en zegt dat biologische boeren
moeten zoeken naar alternatieve behandelwijzen voor ziek vee. De Europese
regelgeving en de richtlijnen van SKAL, de organisatie die de kwaliteit van
biologische producten controleert, noemen homeopathie als eerste optie.
Er is maar en kleine groep biologische boeren die gelooft in homeopathie of
alternatieve geneeswijzen. De meeste veehouder willen er nog niet aan of
hebben er negatieve ervaringen mee. Voor een deel komt dat omdat er nog
maar weinig kennis over homeopathie bij dieren is. De meeste behandelingen
zijn gebaseerd op de toepassing op mensen. Toepassing op dieren is
nauwelijks onderzocht, en al helemaal niet als het gaat om dieren in de
pluimvee- en varkenshouderij.
Ikzelf werk nu mee aan een onderzoek naar een andere alternatieve
behandeling: kruiden. Als dierenarts kan ik me persoonlijk meer voorstellen
bij de werkzaamheid van kruiden dan van homeopathie’’. |
W.K.

Re:ageer