Wetenschap - 25 oktober 2001

Commentaar: Gezonde stoffen

Commentaar: Gezonde stoffen

De laatste jaren wordt steeds meer onderzoek gedaan naar voedingsmiddelen en stoffen daarin die al dan niet goed zouden zijn voor de gezondheid. Maar de berichtgeving daarover aan het grote publiek lijkt op een knipperlicht: dan weer is rode wijn of olijfolie of cholesterol gezond, en dan weer niet. Dat is verwarrend voor de consument. Heeft het wel zin om naar de gezondheidsbevorderende en schadelijke effecten van aparte stoffen te kijken om te beoordelen of een voedingsmiddel gezond is of niet?

Prof. dr. ir. Ivonne Rietjens, hoogleraar Toxicologie Wageningen Universiteit:

"Eenzelfde stof kan een goed, een slecht of geen effect hebben, afhankelijk van de hoeveelheid die je binnenkrijgt. Toxiciteit is altijd een kwestie van dosis. Vandaar de verwarring bij het publiek.

Het is al heel lastig om de gezondheidsclaims van een afzonderlijk voedingsmiddel, zoals olijfolie, rode wijn of appels, te onderbouwen. Stap twee, het bepalen welke component zorgt voor de gezonde werking, is nog moeilijker. Een voorbeeld waarbij onderzoekers helemaal de mist zijn ingegaan is dat van groenten met veel caroteno?den, zoals paprika en worteltjes, die de kans op longkanker verkleinen. In een groot onderzoek met dertigduizend zware rokers kregen de proefpersonen extra b?ta-caroteen. Maar zij kregen niet minder, maar juist m??r longkanker. Onderzoek naar componenten is dus heel moeilijk, maar ik zeg niet dat het geen zin heeft om zulk onderzoek te doen.

De hausse van belangstelling voor gezonde stoffen is op gang gekomen omdat iedereen gezondheid wil kopen. Alles is te koop, dus waarom gezondheid niet? Vandaar de opkomst van functional foods en supplementen, waar dit soort onderzoek naar afzonderlijke stoffen vandaan komt. Als toxicoloog maak ik me zorgen om het gebruik van supplementen. Het is goed om te ventileren dat er gevaar in schuilt. Dat vind ik ook een taak van wetenschappers.

We hebben eerst dertig jaar lang iedereen verteld dat je gebalanceerd moet eten. Nu is er ineens belangstelling voor afzonderlijke elementen. Het probleem is dat het publiek daar meteen de conclusie aan verbindt dat een component slikken goed is.

Iedereen draait de redenering makkelijk om: een tekort van een bepaalde stof geeft meer risico op een ziekte, dus hoe meer ik neem, hoe kleiner de kans op ziekte. Maar zo werkt het niet. Dat is makkelijk in te zien. Neem bijvoorbeeld wijn. Een of twee glazen per dag zou de gezondheid bevorderen. Neem je vijf keer zoveel, dan gaat het niet goed. De marges tussen wel en niet gezond zijn klein. Bij een glaasje wijn weet iedereen dat wel, maar waarom weten ze het niet als het om andere stoffen gaat? Een factor vier of vijf teveel kan al een risico zijn.

Waar ik me ook zorgen over maak, is de gedachte 'als het maar natuurlijk is, dan is het goed'. Zo is Sint-Janskruid aanbevolen als een natuurlijke Prozac. Maar later bleek het te interfereren met anticonceptiemiddelen. Dan word je niet depressief maar misschien wel zwanger. Of neem de sterrenmix waar in plaats van Chinese, Japanse steranijs in is gekomen, die een giftige stof bevat. Ik denk dat we nog maar aan het begin staan van dit soort ongelukken." | M.H.

Re:ageer