Wetenschap - 28 februari 2002

Commentaar: Gekloonde kat

Commentaar: Gekloonde kat

Er zijn reeds talloze ratten, runderen en schapen gekloond, maar hierbij houdt het niet op. Amerikaanse onderzoekers zijn er voor het eerst in geslaagd een kat te klonen. Dierenliefhebbers kunnen hun hart ophalen. Als hun trouwe metgezel overlijdt, bestellen ze in de toekomst gewoon een kloon en genieten weer als vanouds. Waar ligt de grens? Gaat het klonen nu te ver?

Dr Theo Kruip, voortplantingsfysioloog van ID-Lelystad:

"We moeten er zeker mee doorgaan. Door te klonen krijgen we een beter begrip hoe cellen met elkaar communiceren en het is nuttig voor het gebruik van cellen voor verschillende therapie?n. Daar is minister Borst zeker in ge?nteresseerd.

Wat een fictie is, is het reproductief klonen. Je krijgt nooit hetzelfde katje terug. Het kan dezelfde kleur hebben maar het heeft als embryo een andere baarmoeder gekend en als jong katje een andere omgeving en is daardoor een ander individu. Men denkt dat het karakter terugkomt, maar dat is een foutieve gedachte. Ik hoop dat die misvattingen eens uit de wereld worden geholpen. Een dier is het resultaat van genen ?n het milieu.

Je moet dus niet gaan klonen omdat je precies hetzelfde individu terug wilt krijgen, maar om de wetenschap vooruit te helpen. Ok?, het is vervelend dat een gekloond dier door de huidige stand van de techniek afwijkingen kan vertonen, maar dat is inherent aan onderzoek. Die spelingen van de natuur kan je accepteren. Sommige afwijkingen zijn acceptabel en als ze niet acceptabel zijn, kan je, als je ze op tijd ontdekt, het leven be?indigen. Interessant bij klonen is te zien hoe die afwijkingen tot stand komen.

In Nederland hebben we ervaring met kloontechnieken. In 1982 begonnen we al eicellen in twee stukken te snijden en de hieruit ontstane embryo's plaatsten we in draagkoeien en zo kregen we identieke kalfjes. Begin jaren negentig heb ik bij het bedrijf Embritec als directeur meegeholpen om de eerste gekloonde kalveren op de wereld te zetten door kerntransplantatie. Met een zaadcel en eicel hebben we een embryo gemaakt, laten ontwikkelen tot in een 32-cellig stadium, en een cel hieruit hebben we overgezet in een eicel, waaruit we de kern weggehaald hebben. Deze hebben we vervolgens in een draagkoe gezet. Er zijn toen twee identieke kalveren geboren. In die tijd hadden boeren helemaal geen bezwaar tegen klonen. Er waren hele mooie gedachten over. Je kan bijvoorbeeld een foklijn maken die veel melk produceert.

Wij wilden helemaal geen fokkerijbedrijf worden, we wilden gewoon een kloontechniek ontwikkelen. Met kerntransplantatie breng je DNA in een vreemde omgeving, een eicel met ander DNA. De vlijmslijpers zeggen: dat is genetische manipulatie, maar ik denk dat dit soort technieken veel potentie hebben. Als je denkt aan het gebruik van stamcellen, zijn er zo veel toepassingen te bedenken. Als je een bloederziekte hebt, kan je met stamcellen je beenmerg laten vernieuwen bijvoorbeeld. Een echtpaar in Engeland ziet hier iets in om hun zieke kind te helpen. De vrouw wil opnieuw zwanger worden en uit de navelstreng stamcellen laten halen. Jammer genoeg ligt het klonen in Nederland stil. Waarom doen we hier niet wat ze in de VS doen? Die vraag ligt al heel lang op tafel." | H.B.

Re:ageer