Wetenschap - 10 oktober 2002

Commentaar: Garantie op een huisdier

Commentaar: Garantie op een huisdier

Dierenwinkels zien met zorg een nieuwe wet tegemoet die bepaalt dat zij zes maanden garantie moeten geven op hun levende have. Als een klant terugkomt met een ziek dier, dan moet de winkelier zelf aantonen dat hem geen verwijt treft. De wet wordt naar verwachting omstreeks januari van kracht en vloeit voort uit het streven van de Europese Unie om garantie op zowel 'dode' als levende producten in alle lidstaten gelijk te trekken. De dierenwinkels protesteren nu al omdat ze voorzien dat klanten, die hun dieren niet goed verzorgen, de verantwoordelijkheid over de dieren afschuiven op de winkelier. Is de garantiewet een goed idee?

Dr Hans Hopster, dierenwelzijnspecialist van ID-Lelystad:

"In eerste instantie vind ik het heel merkwaardig. Je kunt natuurlijk het leven niet garanderen. Het hangt af van hoe mensen met hun dieren omgaan. Uit ethisch oogpunt kun je je afvragen of we levende dieren en levenloze dingen qua regelgeving op een zelfde plan moeten brengen.

Een positief effect van de garantie kan wel zijn dat dierenwinkels meer voorlichting zullen geven. Want ze hebben er dan belang bij dat de klanten hun dieren adequaat verzorgen. Op dat gebied bestaat een belangrijk stuk onkunde. Iedereen die er behoefte aan heeft, kan een dier aanschaffen, zonder te weten hoe je het moet verzorgen. Dat leidt tot welzijnsproblemen. Er zijn dieren die je verkoopt met hun omgeving erbij, zoals reptielen met een terrarium, waarvan we accepteren dat het voldoende waarborg geeft voor het welzijn van het dier. Maar er worden ook dieren 'los' verkocht zoals kleine knaagdieren, honden en katten. Daar loop je risico's mee. Niet iedere eigenaar is in staat om het dier een juiste omgeving en een adequate verzorging te bieden Als je een jachthond verkoopt aan een wandelschuwe flatbewoner, dan heb je een probleem.

Dierenliefhebbers moeten dus weten dat als ze een dier nemen, ze een heel pakket kopen. Ze moeten meer doen dan het dier alleen voer en water geven. Er komt ook training bij kijken en het dier moet in een geschikte omgeving terechtkomen. Je moet rekening houden met het soorteigen gedrag van het beest. Op dat punt ontbreekt er veel informatie. Dierenhouders hebben vaak de beste bedoelingen, maar ze weten vaak te weinig over de behoeften van hun eigen dier. Dit komt mede doordat ze in de dierenwinkel weinig of geen informatie krijgen.

De garantiewet kan winkeliers hiertoe stimuleren, want als een dier ziek terug komt, ligt de bewijslast bij hen. Een nadeel van zo'n wet is wel dat je een dier als een ding gaat beschouwen. Je kan een dier dan gemakkelijk weggooien, alsof het een kapotte broodrooster is. Dat is ethisch gezien niet verantwoord. Eenzelfde discussie hebben we gehad bij het patenteren van dieren. Daarmee behandel je een dier ook als een ding. Zeker is wel dat er wat moet gebeuren om het welzijn van huisdieren te verbeteren. De laatste tijd zie je ook steeds meer exotische dieren in de dierenwinkel. Die kun je ook zomaar kopen, zonder dat je ge?nformeerd bent over wat zo'n dier allemaal nodig heeft. Op de een of ander manier moet je bepaalde eisen stellen aan de mogelijkheden van mensen om dieren te willen houden. Dat geldt voor landbouwhuisdieren, maar ook voor gezelschapsdieren. Als je aan het verkeer wilt deelnemen, is de aanschaf van een vervoermiddel niet voldoende maar moet je ook een proeve van bekwaamheid doen. | H.B.

Re:ageer