Wetenschap - 8 november 2001

Commentaar: Dierenbescherming

Commentaar: Dierenbescherming

De Dierenbescherming heeft justitie gevraagd onderzoek te doen naar de massale sterfte van grote grazers in de Oostvaardersplassen. "Het is bij de beesten af" klaagt een inspecteur van de dierenbescherming in De Telegraaf. "De dieren mergelen zienderogen uit. Daar moet dringend ingegrepen worden, dit lijden mag niet langer duren." Beheerder Staatsbosbeheer weerspreekt dat de dieren massaal sterven. Er is eten zat, en een sterfte van tien procent per winter is heel natuurlijk. Is Staatsbosbeheer hardvochtig, of reageert de Dierenbescherming overdreven?

Dr Geert Groot Bruinderink, ecoloog van Alterra, deed onderzoek in de Oostvaardersplassen en is als adviseur betrokken:

"Ik zou het woord overdreven niet in de mond nemen. Het hangt er maar vanaf hoe je tegen sterfte aankijkt. Als ecoloog zeg ik: het hoort bij natuurlijke ecologische processen. De Dierenbescherming heeft een heel andere kijk op de problematiek. Zij kijkt naar het lot van individuele dieren en zegt dan dat we die niet onnodig mogen laten lijden.

Wat in het bericht weer eens aan het licht komt, is dat Nederlanders zich vooral druk maken om sterfte van dieren die we goed kunnen zien. Andere dieren gaan ook niet op een vrolijke manier dood, maar dat zien wij niet. Van de jonge zwijntjes op de Veluwe gaat elke zomer ook dertig procent dood, maar daarover is nooit ophef, omdat het niet voor onze ogen gebeurt. Dat is natuurlijk wel een beetje hypocriet.

Ik bespeur het gevoel bij mezelf trouwens ook wel, het is niet leuk om de grazers te zien lijden. Maar er zijn geen bevredigende alternatieven. Gebiedsuitbreiding biedt alleen uitstel van executie. Volgend jaar zullen de dieren gezond zijn en veel te eten hebben, maar over een paar jaar zit je met hetzelfde probleem omdat de populatie dan weer zijn natuurlijke grens bereikt. Als je gaat bijvoeren, zullen er meer dieren door de winter komen, maar het gevolg is dat je volgend jaar nog meer moet bijvoeren omdat er voor de grotere kudde nog minder te eten is. Als je zo doorgaat eindig je in een soort Artis.

In het artikel in De Telegraaf klaagt een bezorgde bezoeker van de Oostvaardersplassen dat 'destructiebedrijven af en aan rijden' om dode dieren af te voeren. Dat kan wel kloppen, maar wat hij ziet zijn geen dieren die na lang lijden dood zijn gegaan. Staatsbosbeheer schiet dieren dood als zij uitzichtloos lijden. Dieren worden dus uit hun lijden verlost. Dat is eigenlijk al een compromis. Eigenlijk zouden we de dieren liever helemaal aan hun eigen lot overlaten, maar dat is maatschappelijk niet acceptabel.

Wij lopen wat betreft ethische richtlijnen op dit gebied ver voorop in de wereld. In het buitenland begrijpt men niet wat hier gebeurt. In Noord-Amerika en Rusland legt in een strenge winter soms wel vijftig procent van de populatie het loodje, daar kijkt niemand van op. In de Oostvaardersplassen sterft in een winter minder dan tien procent van de dieren. Dat is dus helemaal niet extreem. Maar ja, het is natuurlijk geen vrolijk gezicht en we staan er met zijn allen naar te kijken." | K.V.

Re:ageer