Wetenschap - 18 april 2002

Commentaar: Dassentunnels

Commentaar: Dassentunnels

Dassentunnels worden slecht aangelegd en onderhouden. Dat leert een onderzoek van Vereniging Das & Boom naar 630 tunnels. Ongeveer de helft vertoont gebreken, veelal het gevolg van slecht onderhoud, maar ook van gebrekkige aanleg. Er staat water in de tunnel of de tunnel loopt uit op een sloot, een woonwijk of een bedrijventerrein. Van de nu ongeveer 3500 dassen in Nederland worden er zevenhonderd per jaar doodgereden, deels als gevolg van de gebrekkige tunnels.

"Het is allemaal cosmetica", zegt voorzitter van Das & Boom Jaap Dirkmaat in NRC Handelsblad. Dassentunnels zijn een niet nagekomen belofte van politici ter compensatie van woonwijken en bedrijventerreinen. Als ze al worden aangelegd, is het onderhoud beneden de maat, vindt Dirkmaat. "Dassentunnel zijn sluitstuk." Belangrijkste oorzaak voor het gebrekkige onderhoud is te weinig mankracht bij Rijkswaterstaat.

Is het werkelijk zo slecht gesteld met de dassentunnels?

Ir Edgar van der Grift, onderzoeker biodiversiteit en versnippering bij Alterra:

"Er waren al eerder signalen. In 1997 was er een artikel - ook geschreven door een medewerker van Das & Boom - en daarin werden ook al percentages genoemd. Die waren overigens lager dan wat er nu in de krant staat. Van Rijkswaterstaat zijn mij geen gegevens bekend. Volgens mij hebben ze er nooit naar gekeken.

Je komt in het veld wel onregelmatigheden tegen. Dat begint al bij de aanlegfase. Het zit hem dan vooral in het ontbreken van de finishing touch. Ze leggen bijvoorbeeld een dassentunnel aan die niet goed aansluit bij de ondergrond, zodat hij bijna in het luchtledige zweeft. Dan steekt die als een pijp uit het talud, en de beesten moeten een sprong nemen om er in te komen. Een kind ziet dat dat niet werkt. Wat ook gebeurt, is dat tunnels door erosie of door een stijgende waterstand onbruikbaar worden.

Dassentunnels zijn belangrijk voor de dassenpopulatie. We hebben bij de A73 een scenariostudie gedaan. Daarin vergeleken we een situatie met dassentunnels die voor de volle honderd procent functioneren met een situatie waarin de helft van de tunnels niet goed werkt. En dan keken we naar de levensvatbaarheid van de dassenpopulatie. Het wel of niet functioneren van dassentunnels bleek het verschil tussen leven en dood.

Het gebeurt vaak dat bij de aanleg van wegen of spoorlijnen van tevoren de afweging gemaakt wordt wat de barri?rewerking is en het habitatverlies. Van daaruit bepaalt men de compensatie. Maar als het niet werkt, dan heb je toch de weg of die spoorlijn, terwijl de versnippering niet wordt gecompenseerd. Het rapport van Das & Boom is daarom een belangrijk signaal.

Beheerders van wegen, maar dat geldt ook voor de Nederlandse Spoorwegen, zouden faunapassages beter moeten controleren. In de aanleg investeert men enorme bedragen. Faunapassages zijn niet goedkoop, alhoewel dassentunnels wel meevallen. Je spreekt toch al snel over enkele honderdduizenden euro's. Dan moeten ze ook wel werken." | M.W.

Re:ageer