Wetenschap - 4 oktober 2001

Column: Wagenings leed

Column: Wagenings leed

Het broodtrommeltje en de thermoskan zijn overblijfselen uit een ver verleden. Het waren bij uitstek de attributen van de werkende stand. Attributen die in achtergebleven en slecht draaiende bedrijven tot diep in de jaren vijftig tijdens de schafttijd nog zichtbaar waren. Het was de tijd van Jan Boezeroen en Jan met de Pet. De tijd dat als je voor een dubbeltje geboren was, je nooit een kwartje werd. Het was de tijd dat bazen arbeiders nog knechten noemden en dat de pet voor de opzichter en het zoontje van de directeur moest worden afgenomen. Het was de tijd dat klerken zich ver boven de arbeidersklasse verheven voelden, omdat zij hoeden droegen. Maar ook zij dienden hun hoofddeksel voor de chef te lichten. Het was de tijd dat arbeiders en bedienden in groezelige bedrijfskantines hun meegebrachte boterhammen en koffie in rap tempo moesten nuttigen.

De tijden veranderden. De schafttijd werd lunchpauze en de kantinejuffrouw zorgde ervoor dat de hele dag verse koffie te verkrijgen was. Nu heeft elk zichzelf respecterende onderneming een kantine die kan wedijveren met het naburige restaurant waar vroeger alleen de heren dineerden tijdens hun lange middagpauze. De kantinejuffrouw heet nu gastvrouw en de kantine bedrijfsrestaurant. Zelfs op de goedkoopste managementopleiding wordt geleerd dat de kantine, het bedienend personeel en verse koffie van centraal belang zijn voor de productiviteit en dat er daarom niet op deze kleintjes moet worden gelet. Dat is zelfs begrepen door ambtelijk Nederland. De verstrekkingen tijdens de lunch bij Haagse ministeries kunnen wedijveren met de bedrijfsrestaurants van grote banken en internationale ondernemingen. In provinciehuizen, rechtbanken, sociale diensten en gemeentehuizen is de koffieautomaat al lang weer vervangen door een charmante dame die rondgaat op de afdelingen.

De universiteiten doen daar niet voor onder. De kroketten van de Amsterdamse universiteit zijn van topkwaliteit. De goedkope espresso kan wedijveren met het Italiaanse restaurant. In Nijmegen is het niet anders. Daar is de gesubsidieerde cappuccino zelfs van Toscaanse kwaliteit en is het een genoegen de lunch in de universitaire kantine te mogen gebruiken. Hoe droevig is het echter gesteld met de universiteit die pretendeert de food valley van de Europese Unie te zijn. De managers van onze universiteit hebben tijdens hun cursus kennelijk niets geleerd over welzijn en productie, laat staan over eten en drinken. Zij draaien de klok terug en menen dat een walgelijke snoepautomaat studenten trekt. Zij vinden de gore Wiener Melange en het andere dropwater uit de automaat kennelijk goed genoeg voor het personeel. Het heet een communicatiestoornis als de koffieprijs van de ene op de andere dag met honderd procent wordt verhoogd en weer wordt verlaagd omdat de love baby's van het college van bestuur in opstand dreigden te komen. Zij denken dat een dynamische universiteit gebouwen schildert, wegen bestraat, kantines en bibliotheken sluit. Dat komt omdat ze denken dat universitaire managers, net als de vroegere bazen, ver boven de het eigenlijke werk staan. Het zijn de managers van gisteren, toen de broodtrommel en de thermoskan nog heel gewoon waren.

Kees de Hoog

Re:ageer