Wetenschap - 3 oktober 2002

Column: Wageningen, een poel des verderfs?

Column: Wageningen, een poel des verderfs?

Mijn oude geschiedenisleraar noemde den Haag een 'poel des verderfs'. Hij had daar zijn redenen voor. Als generaal-majoor had hij na een conflict ontslag genomen en wilde niets meer met het Plein, waar de generale staf gehuisvest is, te maken hebben. Ook onder voetbalhooligans is het niet ongebruikelijk om de stad van hun tegenstander te kleineren, al zullen zij gelet op hun taalvaardigheid, de uitdrukking 'poel des verderfs' nooit gebruiken. Ronduit vreemd is het echter dat enkele journalisten en in hun kielzog de hooggeleerde columnist van de Volkskrant Plasterk, van mening zijn dat Wageningen een poel des verderfs is, waar moord en doodslag aan de orde van de dag is en waar de leugen regeert. Een journalist van de Nieuwe Revue, een blad dat door zijn vele bloot hoog scoort op de leestafel van de modale herenkapper, heeft ontdekt dat Wageningen de onveiligste plek van ons land is. Als bewijs worden moorden en geweldsmisdaden genoemd, die in de verre omgeving zijn gepleegd. Een flut bewijs, want het ligt er maar aan hoe groot de cirkel is. Een journalist van een regionale krant is boos dat bekenden van Volkert van der G. niet met hem willen spreken. Links Wageningen krijgt de schuld want: 'Argwaan en zeker ook paranoia zijn de Wageningse linkse leefwereld van Volkert binnen geslopen' en 'In het uiterst progressieve Gelderse universiteitsstadje [..] heeft radicaal links de luiken omlaag gedaan.' Uiterst progressief? Alleen omdat GroenLinks, zoals in vrijwel alle universiteitssteden, hier een grotere partij is? Belangwekkend is ook, dat in hetzelfde artikel, de bekende Wageninger Arno Boon weet dat: "Een adresboekje van een linkse idealist ook de telefoonnummers van een projectontwikkelaar en een kolonel bevat." Arno liegt niet, maar zijn het misschien niet de telefoonnummers van vader en van oom Wim, kolonel bij de luchtmobiele brigade? Bonter maakt de vroeger in Wageningen docerende filosoof Achterhuis het. Deze hooggeleerde lijdt aan een ernstige vorm van zelfoverschatting, want hij verwijt zichzelf: "Achteraf zijn extreem-linkse studenten niet fel genoeg bestreden". Bij Achterhuis begint de victorie dus ook niet. Dat is al helemaal niet het geval bij Plasterk. Deze dekselse geleerde, geliefd bij de kijkers omdat hij zo olijk in de camera kan kijken en ook bij de lezers van de Volkskrant als hij maar zwijgt over zijn vakgebied, is van mening dat Wageningen het predikaat universiteit niet meer verdient. Dit omdat de voorzitter van het Wageningse College van Bestuur meende te moeten zeggen dat eerst thuis orde op zaken gesteld moet worden en pas daarna in Den Haag geprotesteerd kan worden tegen de bezuinigingen. Voor Plasterk kennelijk een politiek niet-correcte uitspraak. In plaats van zelf een daad te stellen en zijn niet geringe honoraria voor zijn klussen aan zijn noodlijdende Utrechtse universiteit te schenken, wordt Wageningen op een wijze aangevallen, waarvan de honden geen brood lusten. Het lijkt me ook daarom niet meer zo nodig dat Plasterk, zoals het gerucht gaat, ons academisch jaar komt openen. Tenzij hij belooft met de zaal in discussie te gaan en zijn honorarium naar Utrecht laat overmaken. | Kees de Hoog

Re:ageer