Organisatie - 21 juni 2016

Column: WUR(G)

Het management heeft ons haarfijn uitgelegd hoe het WUR-systeem in elkaar zit. Als je alleen onderwijs geeft, zoals ik, krijgt je leerstoelgroep niet voldoende inkomsten om je salaris te betalen. Ik moet dus mijn collega’s lief aankijken, want zij moeten via goedbetaalde onderzoeksprojecten hun eigen salaris en een stuk van mijn salaris verdienen. Of ik moet zelf onderzoeksprojecten binnenhalen.

Ik heb een aanstelling van twee dagen per week en besteed door een groot aantal thesis- en stagestudenten circa twee en een halve dag per week aan onderwijs. Hoe moet ik ooit projecten binnenhalen? Ik zie mijn collega’s vol energie en bovenop hun werktijd uren zwoegen aan onderzoeksvoorstellen. Soms kost het ze twee maanden fulltime werk en dan krijgen ze toch een afwijzing.

‘Slim samenwerken’, hoor ik dan het management zeggen. Ja, een ander met het werk opzadelen en slechte studenten weigeren? Het systeem dwingt je die kant op te gaan!

Ik wil geen studenten weigeren, want daarvoor komen ze naar je toe. Ik wil ook niet afhankelijk zijn van mijn collega’s voor mijn salaris en ik wil dat onderwijs geven voor vol (salaris) wordt aangezien.

Het ergste van alles is dat het huidige systeem vooral gericht is op het economisch welzijn van je leerstoelgroep en dat de echte problemen in de landbouw niet aangepakt worden.

Een plofkip zakt door zijn poten als de werkdruk te hoog wordt.

WUR-medewerkers zijn net zo loyaal aan het WUR-systeem als plofkippen aan hun productiesysteem. Er is wel een verschil. Plofkippen kunnen niet protesteren. Wij kunnen wel, maar willen niet protesteren.

Hoe lang nog?

Kees van Veluw (57) is docent Permacultuur en netwerker biologische landbouw. Zijn visie
haalt hij uit zijn werk met zowel Afrikaanse als Nederlandse boeren, zijn vrouw, drie zonen, hond en kippen.


Re:ageer