Nieuws - 8 december 2016

Column: Vermoeiende dag

Glazig kijk ik naar mijn computerscherm. Ik draai mijn hoofd. In de verte zie ik een grote populier, omgeven door een strakblauwe lucht.
Ik weet het al, het is weer zo’n dag. Ik wist het al toen ik het gebouw binnenstapte. Ik heb het halve weekend doorgewerkt, dus nu ben ik mentaal moe.

Eigenlijk wil ik gewoon naar huis. Eigenlijk kan dat ook gewoon. Maar ik doe het niet, want ik heb nog maar een half jaar over en ik moet nog, ik moet nog... Tja, wat zal ik eigenlijk gaan doen?

Ik open Word. Op sommige dagen kan ik best goed schrijven. Vandaag niet.

Ik open R. Op sommige dagen ben ik best geschikt voor statistiek. Vandaag niet.

Misschien kan ik mijn student helpen. Zij heeft vaak hulp nodig. Zucht. Vandaag niet.

Oké, laat ik mijn activiteiten registreren in Pure, een programma dat de productiviteit van onderzoekers in kaart brengt. Doe ik altijd op dit soort dagen. Hoe hoger mijn productiviteit in Pure, hoe minder ik doe. Het systeem is nodeloos ingewikkeld, dus ik ben even zoet. Maar goed, klaar! Wat nu?

Ik ben vandaag gewoon niet geschikt voor mijn echte werk. Op zich geeft dat niks. Ik ben geen bakker die nú broodjes moet verkopen. Of bewaker die nú gevangenen moet bewaken. Ik ben PhD-student. Het enige wat ik echt moet doen is in een tijdsbestek van vier jaar (víer) een boekje schrijven. Bovendien heb ik dit jaar nog 195 uur vakantie over.

Zo voelt het niet. Ik zou me schuldig voelen als ik zou gaan wandelen en zou genieten van het zonlicht. Dus ik werk door en dat is best zwaar nu het niet lukt.

Hopelijk gaat het morgen beter. Maar grote kans van niet; het was een vermoeiende dag vandaag.

Stijn van Gils (29) doet promotieonderzoek naar ecosysteemdiensten in de landbouw. Maandelijks beschrijft hij zijn worsteling met het systeem wetenschap.