Organisatie - 21 mei 2015

Column: Tijdschrijfparadox

De overtuiging in zijn stem overstijgt met gemak de malende koffiemachine. ‘Het is belachelijk’, zegt hij. ‘Ik werk tachtig uur per week en dan nog moet ik mijn uren gaan verantwoorden, maar...’, de senioronderzoeker vergroot de spanning met een korte pauze, ‘dat kan helemaal niet: alle projecten lopen door elkaar.’ Hij gromt. ‘Alsof ik al niet genoeg uren maak.’ Zijn collega’s knikken begrijpend. Ik ook.

En toch, ik snap het niet. Deze man scheidt de meest complexe ecologische processen en hij wil daarvoor zo ongeveer alles meten. Maar urenregistratie? Nee, dát is te ingewikkeld. Wetenschappers zitten met een tijdschrijfparadox: als het kon, zou alles op aarde gemeten worden, behalve hun eigen tijdsbesteding.

Wat mij betreft mag urenregistratie juist veel verder gaan. Mijn voortgang is namelijk een bende. Soms werk ik heel de week keihard en gebeurt er niks. Gewoon niks. En dan ineens: de ene stap na de andere. Ik ben echt niet de enige hoor. Als de seniors weg zijn, klinkt er zacht en onzeker gefluister bij de koffieautomaat: ‘Ik heb nog maar vijf woorden getypt vandaag’, en dat om half vijf.

Ik wil weten waar dat aan ligt. ’s Avonds doorwerken bijvoorbeeld, leidt dat echt tot meer productie? Vroeg naar huis gaan, is dat erg? Of, als je moet plassen, is het dan slim om dat uit te stellen of juist niet? Al die vragen kunnen we beantwoorden met een uitgebreid tijdschrijfexperiment waarin we alles netjes registreren. Wel een echt experiment hè, dus ook af en toe gerandomiseerd te vroeg naar huis.

Stijn van Gils (28) doet promotieonderzoek naar ecosysteemdiensten in de landbouw. Maandelijks beschrijft hij zijn worsteling met het systeem wetenschap.


Re:ageer