Wetenschap - 28 februari 2002

Column: Realiteit

Column: Realiteit

Ik droomde. Alles was mooi. Ik dacht over mijn werk. En ik was blij. Wageningen stond voor kwaliteit. Over de hele linie werd de universiteit geassocieerd met kwaliteit. Elke afdeling stond voor kwaliteit. Kwaliteit van plant en productie. Kwaliteit van voedsel. Kwaliteit van dier en productie. Kwaliteit van de landelijke omgeving. En Kwaliteit van mens en bedrijf in land- en landbouw. En het was goed. We floreerden. Een speciale kwaliteitsmanager peilde de prestaties van individuele groepen en onderzoekers. En van docenten. Bijgestaan door een groep van bestuurders, eminente onderzoekers, burgers en actievoerders, die informeerden bij opdrachtgevers, doelgroepen en anderszins ge?nteresseerden. En er w?s aandacht voor kwaliteit. Voor elke afdeling was er een bijzondere kwaliteitsleerstoel die voor een periode van twee jaar telkens door een andere onderzoeker werd bekleed. Daarna werd er een nieuwe kandidaat aangesteld. En het werd als een eer beschouwd om hiervoor in aanmerking te komen.

En het werkte. Wageningen stond er om bekend. Overal wist men het: voor kwaliteit moet je in Wageningen zijn. Journalisten spraken van de kwaliteitsuniversiteit. Studenten kwamen als vanzelf. Wereldwijd werd er gerefereerd naar Wageningen 'for the quality of life'. En het was er goed toeven. Als je extra presteerde (meer studenten trok, artikelen schreef of een kritische opdrachtgever tevreden stelde) dan werd het gezien. En gewaardeerd. Je maakte geen zorgen, behalve hoe je het nog eens kon doen.

En ons beeldmerk was ijzersterk. Komend van de verbrede A12, over de Mansholtlaan, zag je rechts voordat je de Droevendaalsesteeg naderde eerst een groot bord met daarop in kanjers van letters ??n woord. 'Kwaliteit'. Daarna, na zo'n 60 meter, stond nog een bord. Met veel kleinere letters stond er dan: 'Wageningen; kwaliteit staat voorop'. Hierna nog een bord, met alleen de tekst: 'punt'. En elke keer als Wageningen in het nieuws kwam, werd dit shot wel een keer vertoond. En het was goed. Ik was gelukkig.

Toen werd ik wakker. Ik keek om mee heen. Ik vroeg me af of het waar was. Wageningen, stond dat voor kwaliteit? En ik ging op zoek. Ik zag een stuk over de Noordoostpolder. Prachtig. Alleen... Wageningen werd niet genoemd. Nada. Men had het over landbouw, maar alleen over de biologische. En op dat gebied heeft Wageningen niet veel in te brengen. Er komen geen studenten (Bioproductmanagement schijnt niet te scoren; geen idee hoe dat zou komen). Wageningen komt blijkbaar alleen in beeld om uit te leggen wat haar relatie is met het Louis Bolk Instituut, het icoon van biologisch denkend Nederland. Zelf vertellen we niet veel. Wat een rol! Wel worden we geciteerd bij wasmiddelreclames. Kan het nog zichtbaarder? Wageningen wast waarachtig wit! Nee, zegt men nu; Wageningen moet haar kern (technische productie) loslaten. Alsof dat niet allang gebeurd is.

Ik werd er niet vrolijk van. Ik vond het afschuwelijk. En ik dacht terug aan mijn droom. Zo mooi, zo perfect. Maar niet echt; vals en onecht. En ik dacht: waar is de kwaliteit in de realiteit? En ik moest huilen. Bitter draaide ik me om. Waar is de kwaliteit? Waar?! En ik vroeg me af wat ik moest doen.

Egbert Lev

Re:ageer