Student - 24 november 2016

Column: Nederlanders

tekst:
Stijn van Gils

Daar sta ik dan, onvoorbereid op een berg. Omdat ik de afgelopen maanden bladluizen moest tellen, liep mijn zomervakantie wat vertraging op. Maar nu, na een week gewerkt te hebben bij een Spaanse onderzoeksgroep, heb ik dan toch vakantie. Mijn Spaanse collega’s roemden de Nederlandse export van expertise. ‘Nederlanders zijn overal, en iedereen kent ze.’ Trots hoorde ik het aan.

Maar goed, nu heb ik vakantie. Voor mij loopt een gedrongen, atletisch gebouwde man met hond. Ik kan hem met moeite bijhouden, soms moet ik een stukje rennen. ‘I could show you the mountains’, had de man gezegd toen ik een kamer bij hem huurde. Het aanbod verraste me. Mijn vakantiehuisbaas is stekeblind.

Lichtmisselijk bekijk ik de afgrond. ‘This is a nice place for bouldering’, zegt mijn huisbaas, terwijl zijn hond hem op volle snelheid langs het ravijn begeleidt. Met open mond kijk ik hoe hij zich soepel over losliggende stenen voortbeweegt. Wat blijkt: mijn gids betreedt al heel zijn leven blind de bergen, inkomsten haalt hij deels uit klimcompetities.

Uren laten zetten we de afdaling in. ‘Dit is altijd een saai stuk’, merkt mijn huisbaas op als we de vallei bereiken. Dan staat er plotseling een grote man voor onze neus. Een Nederlander. ‘U ziet niet goed?’, zegt de man, wijzend naar de blindengeleidenstok. ‘I don’t see anything. But this is my guide dog, and I guide him’, wijzend naar mij. Ik knik.

De man schudt zijn hoofd. ‘Be careful’, zegt hij op een toon alsof mijn gids niet alleen blind, maar ook verstandelijk gehandicapt is. De man laat mij weten dat hij het gebied goed kent en dat dit ‘echt onverantwoord’ is. ‘Fuck off, fuck off!’, denk ik, terwijl ik naar hem lach en hem bedankt voor zijn expertise.

Nederlanders zijn overal, en iedereen kent ze.


Re:ageer