Organisatie - 16 april 2015

Column: Kooi-experiment

Glimlachend kijkt ze de zaal in. Ik glimlach terug. Haar stem klinkt streng en aardig tegelijk. ‘En dan hier de voorlopige resultaten van het kooi-experiment.’ Ik observeer de afstandsbediening van de PowerPoint, ze rolt het apparaatje subtiel door haar handpalm. Mijn hartslag stijgt, ik droom weg.

Opnieuw zie ik mezelf in dat tarweperceel. Een waterig zonnetje onderbreekt een gure wind. Rillend bekijk ik mijn doorweekte formulier. Het protocol laat geen alternatieven toe: nog vijf dagen. ‘Ik begin vast aan de kooi’, roep ik, ‘zou jij de bladluizen daar ook nog even willen tellen?’ Jorge, een boomlange Spaanse student kijkt me uitdrukkingsloos aan. Een nieuwe regenbui klettert naar beneden. ‘Mamamama-mag iiik heelll e-even in de auto zitten’, trilt hij zachtjes.

Even later zit hij rillend in een loeiheet transportbusje dat ik zo snel mogelijk richting Wageningen stuur. Ik schaam me diep. Hij vertelde vanochtend al dat ‘ie niet lekker was en ik heb ‘m letterlijk gezegd zich niet aan te stellen. Wat erg. Tegelijkertijd inspecteer ik mijn horloge. Nog een half uur naar Wageningen, dan terug. Daarna nog één perceel alleen afwerken. Ja, dat moet precies lukken. Toch?

Net voor tienen ’s avonds rond ik mijn laatste perceel af. Het schemert. Ik lach en zucht. Nog een paar weken elke dag doorwerken, dan zit het zwaarste deel van dit experiment er weer op. Ach, gelukkig ben ik niet de enige. Deze proef wordt in nog zes andere landen uitgevoerd. ‘Klik’, de postdoc die de data van ons gezamenlijke experiment heeft geanalyseerd vervolgt haar presentatie. ‘Kijk, die resultaten zijn dus niet significant. Dus, dat kooi-experiment laten we bij dezen vervallen.’

Stijn van Gils (28) doet promotieonderzoek naar ecosysteemdiensten in de landbouw. Maandelijks beschrijft hij zijn worsteling met het systeem wetenschap.


Re:ageer