Organisatie - 25 februari 2016

Column: Knutselcarrière

tekst:
Stijn van Gils

Volgens Asscher valt het allemaal wel mee met het aantal knutselcontracten in de wetenschap. De minister van Sociale zaken heeft navraag gedaan en volgens universiteiten komen knutselconstructies slechts zelden voor.

Nou geloof ik best in Asschers eerlijkheid en ook universiteitsbesturen zullen vast geprobeerd hebben hem de waarheid te vertellen, maar zijn antwoord vind ik onzin. Overal waar ik kijk, is knutselen gemeengoed in de wetenschap. En dan bedoel ik knutselen in brede zin, want de knutselconstructie die Asscher beschreef – vast contract voor enkele uren combineren met flexibele contracten voor de rest van de week – is wat mij betreft wel erg simpel.

Voorbeelden die ik ken zijn gewiekster. Daarin wordt bijvoorbeeld een tijdelijk contract hier afgewisseld met een tijdelijk contract bij een bevriende onderzoeksgroep op een andere universiteit. Op die manier kun je mensen zo zes tot acht jaar lang vastleggen, zonder dat er ooit een vast contract in het vooruitzicht ligt. Of wat dacht je van deze quote van een PhD’er: ‘Nee joh, ik heb nog genoeg tijd voor de afronding van mijn proefschrift. Ik heb nog recht op negen maanden werkeloosheidsuitkering’. Met dit soort trucjes knutselen wetenschappers hun hele carrière bij elkaar.

Denk maar niet dat universiteitsbesturen dit aan Asscher gaan vertellen. Sterker nog, ik denk niet dat onderzoeksgroepen dergelijke situaties überhaupt melden aan hun universiteitsbestuur. Ook onderzoekers die het betreft, houden zich stil. ‘Rare constructie? Ik ben juist blij dat ik mijn werk kan blijven doen.’

In feite is elke wetenschapper een kleine ondernemer die zich in allerlei bochten wringt om zijn of haar onderzoek te continueren. Eigenlijk is het verrassend dat zulke zzp’ers überhaupt nog een gewoon arbeidscontract krijgen.

Stijn van Gils (28) doet promotieonderzoek naar ecosysteemdiensten in de landbouw. Maandelijks beschrijft hij zijn worsteling met het systeem wetenschap.


Re:ageer