Organisatie - 30 juni 2016

Column: Hora est

tekst:
Stijn van Gils

Zenuwachtig volg ik promovendus Lysanne. Ik adem diep in. De pedel slaat met haar stok op de grond. Wat moet ik nu? Ik kijk naar de andere paranimf en doe hetzelfde als zij. Eindelijk, we mogen zitten. Ik adem in en uit. Straks is dit voorbij en is de ellende over.

Daar zit ik dan, in een pinguïnpak met strik. Iedereen kijkt naar ons. ‘Rustig Stijn’, zeg ik tegen mijzelf. Daarnet is alles goed gegaan, met het eventueel voorlezen van een stelling komt het ook wel goed. Tenminste, als het maar niet stelling zeven is; daarin zit een woord dat ik niet uit kan spreken. Maar ach, hoe groot is de kans dat het net die stelling wordt?

De eerste opponent begint zijn bevraging. Gelukkig, geen stelling. Opponent twee begint. ‘Could you ask your paranymph to read out...’ Alles om me heen begint de draaien. Hij zei het echt, stelling zeven. Ik schraap mijn keel en begin met lezen. Opgelucht haal ik adem. Volgens mij klonk het best redelijk.

Maar wacht, wat is de zaal onrustig. En wat kijkt Lysanne verbaasd. Glimlachend fluistert ze: ‘Eh, volgens mij was het stelling vijf.’ In een soort reflex zeg ik snel op wat ik onthouden heb van stelling vijf. Zowat alle woorden zijn anders (hoor ik later), maar de strekking blijkt vergelijkbaar en het debat vervolgt.

Terwijl ik oogcontact met de zaal probeer te vermijden, dringt de gebeurtenis langzaam tot me door. Best warm trouwens, zo’n pinguïnpak. De pedel komt binnen. ‘Hora est’, zegt ze. Ik weet het. Iedereen heeft mijn fout gehoord. Ik adem in en uit. Straks is dit voorbij. Dan gaat de ellende pas echt beginnen.

Stijn van Gils (29) doet promotieonderzoek naar ecosysteemdiensten in de landbouw. Maandelijks beschrijft hij zijn worsteling met het systeem wetenschap.


Re:ageer