Wetenschap - 6 juni 2002

Column: Hi Bert

Column: Hi Bert

Sinds de lange mars door de instituties leidt de universitaire etiquette een kwijnend bestaan. Alleen in de aula, bij de opening van het academisch jaar en bij promoties, is er soms nog iets zichtbaar van de oude academische gewoonten en rituelen. Maar ook daar zijn het rokkostuum en de galajurk eerder uitzondering dan regel geworden en is het plechtige opponens vervangen door het gewone opponent. Veel bezwaar is daar niet tegen in te brengen. De aio's en oio's worden onderbetaald en kunnen zich geen dure gelegenheidskleding meer permitteren en het Latijn is allang geen voertaal meer en in Wageningen nooit geweest. Bij het uiterlijk vertoon gaat het er tegenwoordig alleen nog om dat de promovendus of de promovenda fris gewassen is en niet in een vies T-shirt en een rafelige spijkerbroek of met sportschoenen, en hier op klompen, in de gehoorzaal van de universiteit verschijnt en met twee woorden blijft spreken.

Merkwaardiger is het dat veel hedendaagse studenten ook niet meer weten hoe zij hun universitaire docenten en hoogleraren moeten aanspreken. Misschien zijn ze door hun leraren op de middelbare school in verwarring gebracht, die niet alleen het tutoyeren ten sterkste aanmoedigen, maar ook van mening zijn dat het aanspreken bij de voornaam - ik ben Annemarie en ik geef wiskunde - de band tussen leraar en leerling verstevigt. Wellicht zijn de studenten gewoon de draad kwijt, omdat de amerikanisering van de voornaam in Nederland groteske vormen heeft aangenomen. Dat in gezinnen peuters hun moeder en vader bij hun voornaam noemen, wekt slechts in ultra-conservatieve kring verwondering op. Verbazing is er ook niet meer over de telefoniste van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die zich meldt met haar voornaam of zelfs ook deze mededeling achterwege laat en haar eerste zin begint met het woord 'momentje'. Wij zijn al dolblij dat de overheidsinstelling geen muziekje draait met de mededeling: "Er zijn nog vier wachtenden voor U."

Waarschijnlijker evenwel is dat vooral de e-mail, waarvoor noch regel noch etiquette lijkt te gelden, de grote boosdoener is. Binnen een tijdsbestek van veertien dagen verschenen de volgende begroetingen op mijn scherm: Hallo (3x), Kees (eerstejaars over een cijfer), Hallo Kees (verzoek voor een lezing), Beste Cees (volstrekt onbekende student), Zeg Kees (boze studente), Waarde mijnheer Kees (beleefd verzoek om een tentamen te verplaatsen), Hi (2x), Hi Kees (6x), Hoi (4x), Dear mister Case (studente China), Zeer geachte meneer Kees de Hoog (doorstromer) en ??n keer: Geachte meneer Dehoog (student uit Leuven). Ook de oogst van het afscheidsproza is het vermelden waard. Dag (2x), Doei, Bel me snel op want ik heb haast (1x), Geef antwoord en tot ziens (1x), Groetjes, Bye, bye (3x, dus niet alleen de studente uit China), Prettig weekend (op woensdag), Vriendelijke groeten (2x, waaronder de student uit Leuven).

Kortom het is de hoogste tijd dat onze rector (Hi Bert) de 'postmaster' opdracht geeft om een beleefdheidsfilter aan te brengen. Zolang dat technisch niet mogelijk is, lijkt het me verstandig dat de staf een beschavingsoffensief opent en de delete-knop in ruime mate gaat gebruiken.

Dr C. de Hoog

Re:ageer