Wetenschap - 21 november 2002

Column: Het ethisch orakel en de beesten

Column: Het ethisch orakel en de beesten

Ik heb niets tegen ethici. Meestal zijn het verstandige mannen en vrouwen die in dit tijdperk van verval en restauratie tegendraadse uitspraken durven te doen. Uitspraken, die vroeger slechts voorbehouden waren aan de hofnar, de moralist, de zedenpreker of een andere roepende in de woestijn. Het is een teken van beschaving, vooral nu Wien van den Brink in de Tweede Kamer nog tot 22 januari de passie preekt, om over het dierenwelzijn te blijven waken en, zoals de ethicus Paul Cliteur doet, op de rechten van het dier in het algemeen en van het varken in het bijzonder te wijzen.

Bedenkelijker wordt het als een ethicus eigenlijk helemaal niets te vertellen heeft, maar wel meent zijn diepste zielenroerselen via de media aan ons mee te delen. Neem nou de wonderlijke wereld van de nertsenfokkerij. De ethicus komt als de minister verdwijnt en het volk weer eens iets vervelends moet slikken. Daarom komt Veerman niet zelf voor de televisie vertellen dat hij om economische redenen de nertsenfokkerij voor ons land wil behouden, maar verschijnt er een ethicus die verklaart dat Brinkhorst eigenlijk goed fout zat en dat het opheffen van een verbod op de nertsenfokkerij een buitengewoon verstandige daad is van onze zo eigen en zo vertrouwde, demissionaire bewindsman. Een verstandige daad, volgens de ethicus, omdat de buren in de Europese Unie gewoon met fokken zullen doorgaan en zich geen moer van een Nederlands verbod zullen aantrekken.

Verstandig ook omdat wij allen boter op ons hoofd hebben, want onze huiskat Poekie en de gezinshond Fikkie zijn ook roofdieren en daar fokken we ook mee. En de cavia's en de witte muizen van de kinderen houden wij thuis, net als nertsen, ook in kooien. Daarbij komt volgens deze ethicus dat de verontwaardiging over deze Veermaniaanse maatregel veel minder groot zou zijn als nertsen niet alleen om hun vel, maar ook om hun vlees, gefokt zouden worden. Want over het fokken van malse konijnen hoor geen woord en goedkope kippenboutjes en varkenslapjes vinden velen nog steeds overheerlijk. Ook verklaart de ethicus eigenlijk zelf tegen het houden van dieren in hokken, kooien en stallen te zijn, maar wij moeten het ruim zien en niet blijven zeuren over nertsen, want kippen hebben het in de legbatterij ook niet breed. Het argument dat het allemaal afgunst is, omdat de gewone man zijn vrouw of zijn geliefde geen nertsmantel cadeau kan geven, maar hooguit een konijnenbontje, is niet genoemd. Het scheelde echter een haartje.

Het valt zeer te betreuren dat dergelijke ethici niet alleen voor de televisie wartaal en lariekoek mogen uitslaan, maar ook dat zij binnen een deel van de agrarische wereld gouden tijden tegemoet lijken te gaan. Want alleen deze warhoofden schijnen tegenwoordig in staat te zijn om ons onwetenden te vertellen wat er in de polders en 'food valley' mag en niet mag. Daar helpt geen Veegertjelief aan. Maar raar is het wel dat de verantwoordelijke beleidsmakers zwijgen en zonder morren en zonder protest de voorlichting over het dierenwelzijn aan beunhazen en orakels overlaten.

Kees de Hoog

Re:ageer