Wetenschap - 22 maart 2001

Column: Het boekenweekgeschenk

Column: Het boekenweekgeschenk

Er was eens een schrijver. Geen groot Schrijver van aanzien en roem, een heel gewoon man eigenlijk. Hij had een baantje bij een belangrijk man, lid van de Romeinse senaat, waarvoor hij moties, brieven en een enkele senataire enqu?te diende op te stellen. Veel fantasie kwam er dus niet aan te pas, maar de goede man schreef graag en het viel hem dan ook niet zwaar om plezier in zijn werk te houden.

Tussen de bedrijven door wilde hij nog wel eens een kort verhaaltje schrijven, dat hij dan zijn kleinkinderen voorlas voor het slapengaan. Eens was hij aan een heuse roman begonnen, gedreven en vol inspiratie. Dit diende natuurlijk in de avonduren te geschieden en vaak zat hij tot diep in de nacht te schrijven. Hij was echter een oplettend man die veel van zijn vrouw hield, en hij zag haar langzaam wegkwijnen door die eenzame nachten. Hij was altijd een vrolijk man geweest, maar hij voelde de grip op zijn goede gemoedsgesteldheid verslappen door gebrek aan slaap. Over deze zaken begon hij zich reeds zorgen te maken toen hij ook nog eens last van zijn polsen begon te krijgen. De dokter constateerde erressitus scribus vulgaris en verbood hem 's avonds het schrijven. De man wist dat het beter was zo. Wijs genoeg om te beseffen dat hij iemand tekort had gedaan, ging hij drie weken op vakantie met zijn vrouw en hervond zijn goede humeur en tevens een diep besef van tevredenheid. Wat maakte het nou uit of hij die roman wel of niet schreef? Alsof de wereld daar een steek door zou verbeteren. Was hij vroeger nog wel eens gepikeerd geweest dat hij nooit voor het jaarlijkse papyrusrollenbal uitgenodigd werd - al was het alleen maar om de grote Plexus ook eens in levenden lijve te zien, nu besefte hij dat het alles slechts peulenschillen waren, dat niemand daarheen ging om Plexus te zien, maar om zelf gezien te worden. En om zich te vergapen aan Plexus' nieuwe vriendin. En Plexus zelf om met haar te pronken. Hij was blij dat hij nooit had mogen gaan.

Hij leefde nog lang een eenvoudig en burgerlijk bestaan en ging heen zonder bekendheid. Enkele jaren voordat hij stierf - hij was nooit echt helemaal van de pijn in zijn polsen genezen - deed hij nog een briljante uitvinding. Echter, zoals het reeds vele briljante uitvindingen vergaan is, was ook deze reeds teloorgegaan voordat ook maar iemand het nut ervan aan den lijve had ondervonden.

Edoch, hij is vereeuwigd. Niet vanwege zijn geschriften, noch vanwege zijn uitvinding. Vanwege de beeldhouwer die hem uitgehakt heeft en wiens naam ik ben vergeten. Onze schrijver was slechts het model.

Het museum van het Vaticaan. Daar staat'ie. Een anonieme schrijver, uit marmer gebeiteld. Zittend op een krukje, een voet op de grond, de ander op een bijna kubusvormige steen, precies groot genoeg om voor een comfortabele schrijfhouding te zorgen. Het was zijn bescheiden uitvinding: het writer's block. Zo iemand, denk ik dan, verdient postuum het boekenweekgeschenk.

Vincent Schut

Re:ageer