Wetenschap - 14 februari 2002

Column: De wilde haardos en de kale knetter

Column: De wilde haardos en de kale knetter

De tijden veranderen, zelfs in Wageningen. Darwin en Lombroso zijn bij ons weer helemaal in de mode. De criticus Piet Grijs is een echo uit een ver verleden geworden. Er gaat geen week voorbij of er wordt in de wetenschapsbijlage van de kwaliteitskrant bericht dat vissersvrouwen kunnen ruiken wie hun achterneef is of dat echtscheiding niet veroorzaakt wordt door overspel, maar door een gen dat door onderzoekers van de Universiteit van Moermansk is ontdekt. Maar eigenlijk hebben we de krant er helemaal niet bij nodig. Darwin heeft gelijk, want de sterkste wint altijd in het ge?ndividualiseerde Nederland. Dat zien we dagelijks in het verkeer waar Mercedessen en BMW's voorrang boven iedereen hebben. Dat merken we in de disco waar de grootste bek met de mooiste meid op de loop gaat. Ook aan het gelijk van Lombroso behoeft niet meer getwijfeld te worden. Dat zien we op de tv als er weer een kwestie is over voorkennis, want de voormalige 'captains of industry' die zich daaraan bezondigd hebben, hebben allen een lage schedel en doorlopende wenkbrauwen. Daarom ben ik dol op de sociobiologie, want deze wetenschap levert keiharde bewijzen op en houdt zich verre van het geneuzel van sociologen, die van ons belastinggeld een schijnwetenschap mogen beoefenen.

Neem het onderzoek naar het leiderschap. We weten dat de mannen van het allergrootste formaat, zoals de presidenten van Amerika, van George Washington tot Bill Clinton, zonder uitzondering lange mannen waren of zijn. Stuk voor stuk waren de presidenten inches langer dan hun tegenkandidaten. Zelfs George W. Bush junior is centimeters groter dan Al Gore. Het zijn de groeihormonen die het hem doen, want een grote man is een natuurlijke leider en grote en dikke mannen zijn dat natuurlijk dubbel en dwars. Dat hebben we gezien bij Churchill en Kohl.

Toch zou er nog veel meer onderzoek gedaan moeten worden naar de biologische kenmerken van onze leiders, want het sociobiologisch onderzoek is nog niet helemaal volwassen. Neem nou het probleem van het haar, neem Samson. De wilde haardos is bij Samson begonnen, maar het liep helemaal niet goed af toen hij werd kaal geknipt. Nu blijkt dat een wilde haardos en een kale knetter beide toegang geven tot de hoogste bestuurlijke kringen. We hebben dat gezien bij pruikenbollen als Vonhoff en Duisenberg. We zagen het ook bij kalen als Beel en Den Uyl. Hoe komt het dat onze eigen Veerman volgens welingelichte kringen voor Landbouw en Fortuyn voor Algemene Zaken gaat? Ik heb als gelegenheidssociobioloog het vermoeden dat het aan onze reuk ligt. Bij de weelderige haardos ruiken wij het gevaar en in de hoop dat hij nooit meer terugkeert naar Wageningen promoveren wij hem weg naar het verre Den Haag. Bij Fortuyn ruiken we, door zijn gebrek aan haar, het gevaar niet en daarom stemt straks, als we niet uitkijken, een op de zeven Wageningers op deze volkstribuun. Daarom is het zo jammer dat het Samson-effect heden ten dage is uitgewerkt.

Kees de Hoog

Re:ageer