Wetenschap - 20 september 2001

Column: De Opvolger

Column: De Opvolger

Zo op de valreep van mijn columnistenbestaan mag ik het aanstaand vertrek van onze veerman natuurlijk niet onbesproken laten. Als PSF'er heb ik zijn komst indertijd met argusogen - daar waren wij goed in, van de PSF - gadegeslagen. Volgens de koffiejuffrouw was het 'zo'n charmante man, met van die sprekende blauwe ogen', maar daar kochten wij natuurlijk niets voor. Het schip dreigde te zinken, verkondigde men, en er was een goed en slagvaardig bestuurder nodig om dit te voorkomen; charmant kwam niet in de taakomschrijving voor. Hij kwam en besloot dat de boot te vol was, te log, te dit en te dat, en dat er maar eens van alles moest gebeuren. Misschien had hij gelijk, wie zal het zeggen. Gebeurd is er inderdaad van alles, een nieuwe naam, een nieuwe structuur, een samenwooncontract. Zelfs door het bestuurscentrum waaide een frisse wind, gesymboliseerd door het verse bloemstukje dat opeens elke maandag op het bureau van de grote baas verscheen. En nog gaat het door, vakgroep na vakgroep verhuist, kantine na kantine wordt gesloten, medewerker na medewerker verdwijnt, ja zeker, Wageningen UR is een mega-dynamische organisatie geworden, zoveel kun je wel zeggen.

Maar goed, terugblikken is niet mijn sterkste kant, voor inhoudelijke analyses en dat soort dingen moet je maar wat anders lezen. Aan de opvolging wil ik echter toch nog wel een paar woorden wijden. Allereerst: geen Cees, geen Kees, en liever ook geen Bert. Het was leuk hoor, met die namen, maar dat hebben we nu wel gezien. Onverkwikkelijke misverstanden door naamsverwisselingen zijn ons gelukkig bespaard gebleven de afgelopen jaren, maar dat was zeker niet vanzelfsprekend. Laten we nu eens wijs doen en dat risico niet nog eens lopen. Een ongeluk zit in een klein hoekje, zeg nou zelf.

Verder, als we het toch over namen hebben, stel ik voor om uit te kijken naar een meneer of mevrouw Kapitein of iets van dien aard. We hebben nu lang genoeg tussen twee oevers heen en weer gependeld, mensen erop, mensen d'r weer af, kaartjes die duurder worden, enzovoort. 't Is leuk hoor, zo'n veer, maar nu is het wel mooi geweest. We drijven nog, het wordt tijd om eens een vaste koers te zetten, het ruime sop te kiezen en de crew een poosje aan te houden.

Ach, het zijn natuurlijk maar details. Maar er zijn vast al genoeg mensen die zich over al die belangrijker zaken buigen. Veel recht van spreken heb ik ook niet, trouwens, ik ga het schip verlaten. De laatste horde is genomen, om maar eens van de ene symboliek op de andere te springen, de eindsprint is begonnen, het is wel mooi geweest. Waarmee eigenlijk een veel interessanter kwestie is geboren dan dat Veerman-gedoe. Wie zal het worden, wie durft, wie kan het aan? In de redactionele wandelgangen van Wb wordt er al druk over gespeculeerd. Het levert natuurlijk niet zoveel op als de baan van bestuursvoorzitter, maar het is definitely leuker. En het leukste: in principe kun jij het gewoon worden. De Opvolger.

Vincent Schut

Re:ageer