Wetenschap - 15 november 2001

Column: Biofilia en urbanofilie

Column: Biofilia en urbanofilie

Het was maar een klein bericht in de Gelderse ochtendkrant, maar het is groot nieuws. Het is wereldnieuws, want er is in Wageningen een gloednieuwe liefde ontdekt, die alle wonden heelt. De nieuwe liefde is niet ontdekt door een of andere verdwaalde ex-NVSH'er of een werkend lid van het COC en zelfs niet door een beginnend studente, maar door de 'serieuze' wetenschap. De ontdekking is, om precies te zijn, gedaan door een omgevingspsychologe van Alterra met enige hulp en steun van een onderzoekster van de Gezondheidsraad. Het is de liefde voor de mooie natuur, die biofilia heet. Het is niet zo maar een verliefdheid, die ons hart sneller doet kloppen. Het is geen zomerzotheid en het is al helemaal geen kalverliefde. Deze Wageningse liefde is diep geworteld in ons genetisch mechanisme. De liefde voor de natuur is, volgens de onderzoekers, ontstaan toen onze voorouders nog in de savanne verbleven. Een landschap waar onze vroegere familieleden de vijand nog in de verte konden zien aankomen en waar het daarom veilig was. De onderzoekers weten het zeker, want toen kwam het tuig nog niet als een dief in de nacht. Daar gaf het zien van de vijand rust en vertrouwen, daarom is de biofilia zo heilzaam en is een lommerrijke omgeving zo goed voor ons welbevinden en voor bijna alle kwalen. Want onze voorouders kenden geen burn-out of depressies. Die kampten niet met psychische problemen. Die ziekten kennen, volgens Alterra, onze landbouwers, jagers en bosbouwers ook nu nog niet. Het is hun ultieme bewijs dat biofilia bestaat en dat minister Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de beurs moet opentrekken om het welbevinden te vergroten en de natuur een handje te helpen en natuurlijk ook om de geldpotten van Alterra te vullen.

Maar de biofilia is natuurlijk je reinste apekool. Het is een bedrieglijke zotternij. Het lijkt wel pure Jomanda-wetenschap die de omgevingspsychologe bij Alterra meent te moeten bedrijven. Het is flauwekul dat landbouwers geen last hebben van burn-out en hun kinderen minder last hebben van allergie. Het is niet waar dat jagers niet overspannen zijn, anders zouden ze toch geen dieren doodschieten. Toegegeven bosbouwers kennen geen depressies, dat is waar, maar dat komt omdat er in Nederland nauwelijks meer bosbouwers zijn.

En waarom wordt de aandacht niet gevestigd op die andere heilzame omgevingsliefde die urbanofilie heet? Mijn voorouders kenden dat al, die woonden bij elkaar in holen en grotten. Daar was het echt gezellig als mijn verre familie 's avonds aan de bisonbout kluifde, het gerstenat rijkelijk vloeide, de bard zong en de meiden de jongens hun zin gaven. Daarom ben ook ik zo dol op de stad en haar bruine kroegen. Want in de stad waaien mijn depressies over en blijft mijn stress weg en komt zelfs mijn genetisch mechanisme weer tot rust. Daarom kan met gemak worden beweerd dat niet de biofilia van Alterra, maar de urbanofilie de echte troost aan de kwakkelende medemens biedt. Als bij Alterra de nood werkelijk zo hoog is, laten zij dan maar proberen dat de minister van Grote Stedenbeleid de beurs trekt.

Kees de Hoog

Re:ageer