Wetenschap - 7 januari 1999

Colloquium, Bart Nijssen, Vegetatiekunde en Bosecologie

Colloquium, Bart Nijssen, Vegetatiekunde en Bosecologie

Colloquium, Bart Nijssen, Vegetatiekunde en Bosecologie
De geschiedenis van bosvegetatie

Reeën waren er in de achttiende eeuw nog niet in het Savelsbos in Zuid-Limburg. Wolven wel. Als hij er een schoot kreeg de Grondsveldse boswachter Gillis Schillings acht stuivers van de boseigenaar. De plichten van boswachter Schillings zijn nauwkeurig beschreven in een in 1781 opgestelde akte. Dat enkele van dergelijke aktes bewaard zijn gebleven, was handig voor Bart Nyssen en Marieke Schoonderwoerd. Voor een gecombineerd afstudeervak Vegetatiekunde en Bosecologie keken zij hoe het bos van de late Middeleeuwen tot de Franse tijd is beheerd en wat daarvan nog is terug te vinden in de huidige vegetatie


Kennis over het historisch beheer en de gevolgen daarvan is van belang voor de huidige bosbeheerders. Die moeten keuzes maken over het al dan niet kweken van hakhout - stukken bos die om de zes 340 tien jaar worden gekapt - en het laten begrazen van het bos. Beide beheersvormen zijn duur. Het beheer van hakhout is arbeidsintensief en het dunne hout levert nauwelijks iets op. Ook het weiden van vee in natuurgebieden kost handenvol geld

Nyssen en Schoonderwoerd kozen voor het Savelsbos omdat de geschiedenis van dit bos goed zou zijn beschreven. Dat viel flink tegen. De studenten hadden informatie nodig die tot op de are nauwkeurig was, en die was er niet. Dus doken Nyssen en Schoonderwoerd zelf de archieven in. Ze ontdekten al snel dat ten onrechte werd aangenomen dat het hele Savelsbos in het verleden vol bomen stond. Circa een derde was echter schraalland; een soort heide, maar dan bedekt met gras in plaats van met heideplanten

Het bos was eeuwenlang het eigendom van feodale heren, maar werd tot het einde van de Middeleeuwen gemeenschappelijk gebruikt. Het Savelsbos diende als veeweide, maar er werd ook grint en kalksteen gewonnen. Daarnaast kapten omwonenden er brandhout en bouwhout. Enkele vlakke delen van het bos waren als akker in gebruik

Vanaf de zestiende eeuw gingen sommige boseigenaren hun bosrechten echter terugclaimen. Door bevolkingsgroei dreigde overexploitatie van het bos, legt Nyssen uit. Grote delen van het bos werden verboden voor vee. Die regels werden dwingend opgelegd. Vee dat toch in het bos liep, mocht worden afgeschoten. Waar nog wel vee graasde, veranderde het bos in schraalland. In het overgebleven bos werd intensief gekapt

Het schraalland en de akkers zijn in de negentiende en twintigste eeuw weer dichtgegroeid. Momenteel staat het Savelsbos vol met bomen. Nyssen en Schoonderwoerd vonden echter duidelijk verschillen in de vegetatie tussen de voormalige schraallanden, de oude akkers en het oude bos - de delen die vroeger werden gebruikt voor de houtkap. Zo komen bosanemonen en lelietjes-van-dalen vaker voor in het oude bos dan op de schraallanden. Vogelkers en aalbes daarentegen vonden de studenten uitsluitend op de voormalige schraallanden

Met de oude akkers, die begin deze eeuw zijn dichtgegroeid, is iets vreemds aan de hand. Daar zou je pioniersplanten verwachten, vertelt Nyssen. Tot hun verbazing vonden ze juist veel bosanemonen en ook andere notoire bosplanten als grote muur en witte klaverzuring. De studenten stonden voor een raadsel. Misschien hebben deze planten overleefd onder meidoornhagen rond de akkers, denkt Nyssen

De studenten hebben met de gevonden resultaten een indicator gemaakt waarmee kan worden vastgesteld hoe een stuk bos in het verleden vermoedelijk is beheerd. Allereerst is er een lijstje met planten die veel voorkomen in bepaalde bostypen. Daarmee kan een beheerder al een idee krijgen van het voormalig gebruik. Voor meer zekerheid moet hij op zoek naar kieskeurige planten, die uitsluitend voorkomen op bijvoorbeeld voormalig schraalland

Nyssen hoopt dat bosbeheerders de indicator gaan gebruiken. Duidelijk is dat veel bosplanten zich juist dankzij intensieve houtkap hebben kunnen handhaven. Er was vroeger heel veel licht in het bos. De huidige trend is om op sommige plaatsen hakhout te kweken. Het is logisch dat te doen op een plek waar vroeger ook hakhout stond. In de praktijk kiezen beheerders lang niet altijd die plekken, maar kappen ze juist op het voormalige schraalland.

Nyssen wil de conclusies van het afstudeervak in een artikel verwerken. Daarmee moet hij wachten tot mede-student Schoonderwoerd terug is van een lange vakantie in Nieuw-Zeeland. De samenwerking is hem goed bevallen. We konden er nu meer tijd in stoppen. Met zijn tweeën hadden we toch een jaar de tijd.

Voor zover Nyssen weet is een zo eenduidig verband tussen voormalig beheer en vegetatie nog niet eerder aangetoond. Ook mijn begeleider had dat nog niet eerder gezien. Bij dit soort onderzoek wordt eigenlijk nooit gekeken wat er gebeurde voor een bos bos was. Wij hebben laten zien dat dat wetenschappelijk onverantwoord is. L.K

Re:ageer