Wetenschap - 1 januari 1970

Clenbuterol

Clenbuterol

Clenbuterol


Een artikel in het Wb van 12 juni over onderzoek van het Rikilt naar
verboden groeihormonen is niet zonder gevolgen gebleven. Geassocieerde Pers
Diensten vroeg het Rikilt om een interview, wat resulteerde in berichten in
de aangesloten regionale dagbladen die vervolgens Kamerleden alarmeerden.
De Kamerleden kondigden aan vragen te stellen over de vondst van een
broertje van het beruchte middel Clenbuterol. ‘Kamer boos over nieuw
groeimiddel’ kopte Het Parool boven een artikel waarin CDA en VVD
aankondigen de minister het vuur na aan de schenen te leggen. ,,In dit
soort gevallen moet de minister er meteen bij zijn.’’ Stelt VVD’er Oplaat.
Terechte ophef?

Dr Michel Nielen, onderzoeker van Rikilt en medeontdekker van het broertje
van Clenbuterol:
,,De feiten rechtvaardigen deze reactie helemaal niet. Een aantal
journalisten van de dagbladen die bij de geassocieerde Pers Dienst zijn
aangesloten, is met ons onderzoek aan de haal gegaan en heeft er uit
sensatiezucht een eigen draai aan gegeven.
Wij hebben de stof in mei 2002 voor het eerst gevonden en dat meegedeeld
aan de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van landbouw. Nu wordt
gezegd dat het ministerie laks met die kennis is omgegaan. Door de werkdruk
rond het hormoonschandaal van MPA in varkensvoer zou de minister geen actie
hebben ondernomen. Maar ik zou niet weten wat het ministerie meer had
moeten doen. De stof die wij gevonden hebben is een bèta-agonist. Die
klasse van stoffen is in de hele Europese Unie verboden, dus er was geen
nieuw verbod op het gebruik van dit nieuwe middel nodig. Het was al
verboden.
Verder lijkt het middel zo sterk op clenbuterol dat het in de meest
gebruikelijke immunologische onderzoeksmethodes voor urine, vlees, lever en
veevoer wordt aangetoond. Het is dus ook niet zo dat we een tijdlang een
middel in het vlees hebben gehad dat we niet konden opsporen door laksheid
van het ministerie.
We hebben de journalisten de feiten die ik net noem ook verteld, maar in
het artikel dat in de kranten is gekomen is het verhaal sterk aangedikt. Er
zijn ons daar dingen in de mond gelegd die we niet hebben gezegd en er zijn
belangrijke nuanceringen weggelaten. Blijkbaar had de journalist geen
behoefte aan het genuanceerde verhaal en was hij op zoek naar een relletje.
Het Wb en de Volkskrant hadden wel het goede verhaal met de echte feiten,
andere kranten hebben vooral hun eigen verhaal gemaakt. De minister zal
deze week antwoord geven op de Kamervragen, maar het lijkt me niet dat hij
in problemen zal komen. Ik vind in ieder geval niet dat het ministerie in
de fout is gegaan.’’ | K.V.

Re:ageer