Wetenschap - 11 februari 2016

Citizen science in Afrika

tekst:
Roelof Kleis

In onze westerse wereld zijn we er al aan gewend. Burgers die waarnemingen doen voor de wetenschap. Maar kan dat ook in Afrika? Kunnen landbouw en welzijn profiteren van mobiele platformen en social media? Tien Wageningse promovendi gaan het proberen.

Ze zaten er nog wat schuchter en onwennig bij, vorige week in het kleine zaaltje in de Leeuwenborch. Tien kersverse Afrikaanse promovendi, geflankeerd door een veelvoud aan promotoren en copromotoren. Een dag lang snuffelen aan elkaar en de uitdaging waar ze samen voor staan: Evoca.

Evoca staat voor environmental virtual observatories for connective action. In feite is het een vorm van citizen science, zoiets als de bekende muggenradar, maar dan in Afrika. Maar citizen science dekt niet de hele lading van Evoca, legt projectleider Cees Leeuwis uit, hoogleraar Knowledge, technology en innovation. ‘Het verzamelen van informatie via mobiele platformen is één kant van het verhaal. Vervolgens moet je daar ook iets nuttigs mee doen, tot nieuwe manieren van collectieve besluitvorming komen. Dat vergt begrip van communicatie en sociaal-politieke processen, want het delen en interpreteren van informatie is vaak een gevoelige kwestie.’

Infectiehaarden

Evoca wil langs de weg van de citizen science de landbouw en de gezondheidszorg in Afrika op een hoger plan tillen. ‘Als je als aardappelboer niet weet waar de infectiehaarden zijn van de aardappelziekte fytoftora, kun je ook geen actie ondernemen’, licht Leeuwis toe. ‘Voor de overheid is het te duur om goede informatiesystemen op te zetten. Als boeren dat zelf kunnen, opent dat nieuwe mogelijkheden.’

Het project ontstond twee jaar geleden tijdens een onderzoeksdag van de drie leerstoelgroepen in de sectie Communicatie, Filosofie en Technologie. ‘Ons idee was een gezamenlijk Inref-programma te starten’, vertelt Leeuwis. Inref is het fonds van Wageningen Universiteit dat interdisciplinair onderzoek van promovendi in ontwikkelingslanden steunt. Een onderwerp was snel gevonden: de digitale communicatierevolutie in Afrika. Die revolutie is volgens Leeuwis in volle gang. ‘Neem bijvoorbeeld het betalingsverkeer. De doorsnee Afrikaan heeft geen bankrekening zoals wij. Betalen doe je contant. De opkomst van de mobiele telefonie heeft dat grondig veranderd. Betalen kun je nu met telefoonkrediet. Kopen en betalen met beltegoed. Dat heeft een enorme impact op de economie.’

Innovatie

Evoca beslaat vijf verschillende project die allemaal draaien om het inwinnen van up-to-date gegevens en het vertalen van die informatie naar concrete acties en beslissingen. Beslissingen die de aardappelteelt in Ethiopië (zie kader) en de cacao-productie en irrigatie in Ghana op een hoger plan brengen. Informatie die leidt tot betere bestrijding van malaria in Rwanda (zie kader) en betere bescherming van Kenia’s vee en wild tegen door teken overgebrachte ziektes. Aan elk project zijn twee promovendi verbonden, die vanuit verschillend perspectief werken. Leeuwis: ‘De projecten hebben een technische en een sociale kant. Daarom hebben we teams gemaakt die elk worden aangestuurd door twee promotoren: eentje uit de sociale hoek en eentje uit de natuurwetenschappelijke hoek.’

Wat Evoca naast tien proefschriften precies op gaat leveren, is niet op voorhand duidelijk. Dat is volgens Leeuwis het spannende van innovatie. ‘Dat is een soort darwinistisch proces. Je probeert dingen uit en moet accepteren dat acht van tien niet lukken. Het doel is zoveel mogelijk pareltjes te ontwikkelen die ook maatschappelijk impact gaan hebben.’


Muggenradar in Rwanda

De malariabestrijding in Rwanda bestaat voornamelijk uit binnenshuis gebruik van insecticiden en met insecticide behandelde klamboes. ‘Daar is de overheid best ver mee gekomen’, zegt entomoloog Sander Koenraadt. ‘Maar malaria is nog niet uitgeroeid. Sterker nog, de laatste jaren zien we het aantal gevallen weer stijgen.’ Met een Afrikaanse vorm van de in ons land al bekende muggenradar wil het Evoca-project de bestrijding intensiveren. Koenraadt is copromotor van de twee promovendi die daarmee aan de slag gaan.

Foto: Studio DS
Foto: Studio DS

Het onderzoeksgebied in het zuiden van Rwanda telt 35 dorpen met samen zo’n vierduizend huishoudens. Wageningen is daar samen met drie andere universiteiten al vier jaar bezig met malariabestrijding. ‘Onze insteek daarbij is dat we malaria alleen kunnen uitroeien als de bevolking zelf bereid is mee te werken.’ Die aanpak heeft geleid tot de vorming van zogeheten communiy malaria action teams, die bijeenkomsten en kleine acties organiseren om malaria te bestrijden.

Muggenradar kan die aanpak verder brengen, denkt Koenraadt. ‘De dorpen opereren nu onafhankelijk van elkaar. De mensen weten niet wat er in de andere dorpen gebeurt en willen informatie uitwisselen. Een citizen science-benadering kan die rol vervullen.’

Naast die sociale rol moet de muggenradar ook nieuwe entomologische kennis opleveren. Koenraadt: ‘Muggen steken vroeger op de dag en steken steeds meer buitenshuis. Dat komt door de bestrijding. Als mensen klamboes gebruiken, hebben de muggen ’s nachts geen kans meer. De vroege bijters overleven. Als dat een genetische component heeft, is er sprake van selectiedruk. Muggenradar is een manier om die verandering in beeld te krijgen.’


Mobiele techniek tegen fytoftora

Foto: Waga Mazengia
Foto: Waga Mazengia

Oost-Afrika is de aardappelschuur van Afrika. Miljoenen kleine boeren verbouwen er aardappelen. Maar de opbrengsten zijn laag, zegt hoogleraar Gewasfysiologie Paul Struik, promotor van de aardappelprojecten van Evoca in Ethiopië. Dat komt door de ziektedruk. Fytoftora (aardappelziekte) en bruinrot zijn de grootste boosdoeners.

Tegen fytoftora kun je spuiten, legt Struik uit. Met de juiste informatie is goed te voorspellen wanneer een boer dat het beste kan doen. ‘Er zijn geavanceerde beslissingssystemen voorhanden die helpen bij het maken van de juiste keuzes. Maar daar is veel informatie voor nodig. Waar bevinden zich de primaire haarden, hoe ontwikkelt zich de infectiedruk, hoe ontwikkelt zich het gewas en hoe ontwikkelt zich het weer?’

Evoca wil hiervoor een informatiesysteem opzetten via muggenradar-achtige apps of sms-diensten. De techniek is volgens Struik niet het bijzondere. ‘De techniek is er. Het gaat om de toepassing. Hoe krijg je boeren zover dat ze meedoen, dat ze het nut ervan inzien om die gegevens te leveren? Hoe krijg je zo’n systeem operationeel?’

Voor bruinrot ligt de zaak gecompliceerder. Tegen bruinrot is niks te doen. Struik: ‘Boeren zijn vooralsnog slecht in het herkennen van bruinrot en als ze het opmerken, is het vaak al te laat. Ze houden het bovendien liever voor zich dat ze bruinrot hebben. Er is geen curatieve behandeling, maar er is wel een grote behoefte aan een breed gedragen strategie om de infectiedruk via hygiënische maatregelen te beteugelen. Dat begint bij monitoring en daar heb je een netwerk voor nodig.’


Re:ageer