Wetenschap - 1 september 2009

Circusdieren vertonen soms pathologisch gedrag

Olifanten zijn slecht af in circussen.
Leeuwen en tijgers zijn er dankzij domesticatie beter aan toe.

circus_olifant_2.jpg
Dierenwelzijn in circussen laat te wensen over. Vooral olifanten zijn er slecht aan toe.  Leeuwen, tijgers, kamelen en paarden zijn veel minder in hun welzijn aangetast. Dit concludeert onderzoeker Hans Hopster van de Animal Science Group. In opdracht van het Ministerie van LNV bestuurde hij samen met Machteld van Dierendonck, Heidi van den Brandt en Kees van Reenen dierenwelzijn in reizende circussen. De resultaten van de studie zijn door de minister eind juli naar de kamer gestuurd.
 
In totaal onderzocht Hopster zes grotere circussen en spendeerde meer dan elfhonderd uur aan gedragsstudies van de dieren. Hopster ziet het onderzoek als een belangrijke eerste stap om feiten boven water te krijgen voor een goede discussie. ‘Met de olifanten is behoorlijk wat mis’, stelt hij. De olifanten verkeren dan ook in wat hij omschrijft als een pathologische gedragsconditie: ze vertonen zo’n achtendertig procent van de tijd stereotiep gedrag zoals eindeloos hoofdknikken, slurfzwaaien of van de ene op de ander poot heen en weer wiegen. ‘Dit stereotiepe gedrag ontstaat wanneer dieren te zeer geremd worden in hun normale gedrag’, legt Hopster uit. ‘Olifanten zijn intelligente dieren die een complexe sociale en fysieke omgeving nodig hebben’.
 
Met de grote katten was het verrassend genoeg beter gesteld. ‘Leeuwen zijn sociaal, luieren graag en hebben van nature minder behoefte aan beweging’, legt Hopster uit. ‘Dit relaxte gedrag zien we ook bij de bestudeerde circusleeuwen’. Hoewel tijgers van nature solitair en veel actiever zijn, leken ook zij zich redelijk goed te hebben aangepast aan de circusomstandigheden. Stereotiep gedrag kwam bij de katten maar tijdens zo’n vijf tot tien procent van de tijd voor  Hopster verklaart dat uit een gedeeltelijke domesticatie van de grote katten. ‘Alleen wilde dieren die zich in gevangenschap redelijk ok voelen brengen succesvol jongen groot’, verduidelijkt hij. Leeuwen en tijgers planten zich sinds lange tijd ook in het circus en de dierentuin voort. ‘Hierdoor krijg je selectie op dieren die goed met gevangenschap kunnen omgaan.’ “Wild” wordt daarmee een relatief begrip. 

Re:ageer