Organisatie - 1 januari 1970

Chaos voorbij in onderwijs

De herschikking van het onderwijs in 2000 heeft veel leed onder studenten veroorzaakt. In enquêtes gaven zij twee keer vaker dan voorheen aan dat er onderdelen van hun vakken niet deugen.

Het duurde tot de vierde periode in het vorige studiejaar totdat de collegelopers weer net zo tevreden waren als voor de reorganisatie. Studenten vinden nu vooral dat ze te hard moeten werken.

Dat blijkt uit een rapport van ir. Geert Muggen. Muggen is al jarenlang verantwoordelijk voor de evaluatie van vakken aan Wageningen Universiteit. Als studenten aangeven dat er iets niet deugt aan een vak dan krijgt dat vak een ‘knelpunt’ toebedeeld. Voor de reorganisatie waren er gemiddeld 0.6 knelpunten per vak. Na de reorganisatie steeg het aantal knelpunten per vak in rap tempo naar 1,4. Tot en met 2003 slingerde het aantal problemen per vak rond de één. Begin 2004 waren de kinderziektes van de nieuwe onderwijsstructuur kennelijk overwonnen, vanaf dat moment begint het aantal knelpunten te dalen. In de vierde periode was het aantal knelpunten weer 0.6, net als voor de reorganisatie.

In september 2000 werd het aantal studies drastisch verkleind. Een aantal studies maakte een doorstart onder een andere naam of werd samengevoegd bij een andere studie. Daarnaast is er in 2000 grondig de bezem gehaald door het vakkenaanbod van de universiteit. Voorheen waren er veel vakken van één, twee of drie studiepunten Sinds de reorganisatie zijn alle vakken vierpuntsvakken of een equivalent daarvan.

In het studiejaar 2003/2004 had nog 43 procent van de vakken ten minste één knelpunt. Het grootste aantal knelpunten (30 procent) wordt veroorzaakt doordat studenten aangeven dat ze meer tijd in een vak moeten stoppen dan het aantal uren dat ervoor staat. / GvH

Re:ageer