Wetenschap - 1 januari 1970

Centrum voor Geo-Informatie werkt in de geest van Wageningen UR

Het Centrum voor Geo-Informatie (CGI) is een van de weinige onderdelen van Wageningen UR dat de fusie van DLO en universiteit in succes heeft weten om te zetten. Het centrum viert twee jubilea met stijgende studentenaantallen en een groeiend aantal medewerkers. Een gesprek met het hoofd van CGI ir Gerard Nieuwenhuis en hoogleraar prof. Michael Schaepman over de reden voor dat succes. 'Mensen werken niet samen met Alterra of de universiteit, die werken samen met het CGI.'

Het Centrum voor Geo-Informatie (CGI) viert feest. Het centrum bestaat vijf jaar, de MSc-opleiding Geo-information Science vijftien jaar. En er is meer reden tot juichen. Het aantal studenten in de MSc- en de BSc-opleidingen vertoont een gestaag stijgende trend - de 24 van dit studiejaar moeten er komend jaar volgens Schaepman zo'n dertig worden. En het aantal medewerkers groeit ook gestaag door: in de afgelopen vijf jaar van iets minder dan vijftig naar boven de tachtig, mede dankzij het feit dat de ICT'ers van Wisl! weer in het centrum zijn opgenomen.
Het hoofd van het CGI, ir Gerard Nieuwenhuis, is trots op deze cijfers, maar vooral op de manier waarop het succes is behaald. 'Wij zijn een van de weinige onderdelen van Wageningen UR dat succesvol werkt volgens de filosofie van Wageningen UR', stelt hij. Daarmee doelt hij op het feit dat in het CGI medewerkers van Alterra en de universiteit zij aan zij werken aan onderzoek en onderwijs.

Om en om
Volgens Nieuwenhuis is dat al zichtbaar als je door de gangen van het centrum loopt. 'Je ziet niet wie bij Alterra werkt en wie bij de universiteit.' Toen in mei 1999 het CGI werd opgericht, werd er bewust voor gekozen om de mensen van het universitaire Laboratorium voor GIRS en die van de afdeling Geo-informatie van het toenmalige Staring Centrum om en om te huisvesten in de kamers van dezelfde gang op de derde verdieping in Alterra West.
Maar Nieuwenhuis vertelt dat de kiem voor het succes van de samenwerking al werd gelegd vóór de verhuizing naar het nieuwe Alterra-gebouw. 'Het waren twee relatief kleine groepen', vertelt hij. 'Op inhoudelijk vlak was er veel overlap. Dus was het heel logisch om samen te gaan, zodat je een club van enige kritische massa kreeg. De afdeling Geoinformatie van het Staringcentrum zou anders een onderdeel zijn geworden van een van de andere centra in de kenniseenheid.'
Zowel qua grootte als inhoudelijk pasten beide partners bij elkaar. 'Het was een match van één op één', stelt Nieuwenhuis. Schaepman vertelt dat de universiteit en Alterra bijvoorbeeld op het gebied van remote sensing complementair aan elkaar zijn. 'Sander Mücher is bij Alterra dé specialist op het gebied van de classificatie van landgebruik, zoals het bepalen waar toendra, naaldbossen of heide ligt.' De universiteit is weer goed in de landbedekking, in het meten van de fotosynthetische activiteiten. 'Nog kunnen we niet alles behappen, maar samen kunnen we wel veel meer.'

'Je ziet hier niet wie bij Alterra werkt en wie bij de universiteit.'

Geodesk
Dat zowel de medewerkers van de universiteit en Alterra als de studenten profiteren van de samenwerking, werd duidelijk bij de oprichting van de Geodesk in 1999. Dat is een loket voor het verzamelen van landsdekkende geoinformatiebestanden van buiten, zoals de digitale topografische bestand van Nederland van de Topografische Dienst, het verspreiden van de interne bestanden, zoals later de digitale kaart Land Gebruik Nederland, en het bewaken van de kwaliteit van de informatie. Vanaf het begin konden de MSc- en BSc-studenten van de leerstoelgroep gebruik maken van deze bestanden. De kwaliteitsbewaking is uitgemond in een promotieonderzoek van een aio.
Dezelfde vermenging is zichtbaar als het gaat om de begeleiding van de studenten Geo Information Science. Schaepman vertelt dat er acht thematische werkgroepen zijn, waarbinnen Alterra en de universiteit samenwerken. Daarbinnen worden onderwerpen geformuleerd voor onderzoeksprojecten voor de studenten. 'Formeel ligt de begeleiding altijd bij een universitair hoofddocent, maar in de praktijk ligt de dagelijkse begeleiding ook wel eens bij Alterra-medewerkers', aldus Schaepman.
Een voorbeeld is het onderzoek naar een raamwerk voor de ecologische modellering van de Millingerwaard. Een student is daar bezig om de planten- en vegetatiesoorten in het gebied te matchen aan de met de spectrometer gemeten gegevens in een database. Ir Lammert Kooistra van het Alterra-deel van CGI vertaalt de spectrometrie in ecologische gegevens, dr Jan Clevers van het universitaire deel kijkt naar de gezondheid van de vegetatie. Daarnaast wordt samenwerking gezocht met dr Han van Dobben van het Centrum Landschap, een expert op het gebied van ecologische modellering, en prof Carle Sýkora van de leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie voor de plantenecologische kennis.

Toekomstscenario's
Het grote voordeel van de samenwerking tussen Alterra en de universiteit is volgens Schaepman dat er relatief snel een onderzoeksproject opgezet kan worden voor de studenten. 'Dat is nodig omdat we met veel buitenlandse studenten te maken hebben die maar beperkte tijd een visum voor Nederland hebben.'
Volgens Nieuwenhuis geldt hetzelfde voor andere onderzoeksprojecten. Op zijn laptop laat hij EUruralis zien, een kennissysteem waarin mensen kunnen spelen met verschillende toekomstscenario's voor bijvoorbeeld de landbouw of de vergrijzing. Het computerprogramma laat vervolgens zien waar in Europa de gevolgen positief of negatief zijn. 'Dat is in een half jaar gebouwd', vertelt Nieuwenhuis, 'dankzij de gebundelde kennis die we hebben.' Het systeem zal in november gebruikt worden door de directeuren Platteland van de ministeries van Landbouw die dan bijeenkomen in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie.
Ondanks het feit dat het CGI als een van de weinige instituten werkt in de geest van Wageningen UR, zorgt de fusie van DLO en de universiteit ook hier voor verwarring. 'Wij vinden het CGI een A-merk', vertelt Nieuwenhuis, 'maar op boeken en folders moeten we altijd twee logo's van Alterra en de universiteit zetten. En als we het logo van Wageningen UR gebruiken, moeten we telkens uitleggen wat dat is.' 'We hebben te maken met drie corporate identities', vult Schaepman aan. Terwijl ze liever het A-merk CGI als enige voeren.

Martin Woestenburg, illustratie CGI

Re:ageer