Organisatie - 31 mei 2007

Centrale medezeggenschap (3)

Het veranderen van de centrale medezeggenschapsstructuur is een gevoelig onderwerp, zoals wel blijkt uit de reacties in Resource op het voorstel om te komen tot één concernmedezeggenschapsorgaan (CMO). Het is jammer dat uit deze reacties het beeld naar voren komt dat de raad van bestuur eenzijdig van de huidige complexe structuur af zou willen, en ‘even snel’ zo’n CMO door wil drukken. Dit is niet juist.
Vorige zomer hebben de bestuursvoorzitter en de voorzitters van de Studentenraad, Gezamenlijke Vergadering, Centrale Ondernemingsraad en Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad Van Hall-Larenstein uitgesproken dat er een behoefte bestond om na te denken over een andere inrichting van de centrale medezeggenschap. Vervolgens is de werkgroep Impact@WURk ingesteld, voornamelijk bestaande uit mensen uit de vier raden, die overigens opereerden op persoonlijke titel. Na een proces van zeven maanden heeft de werkgroep advies uitgebracht. Met een paar ‘aanscherpingen’ van de RvB ligt het CMO-voorstel nu op tafel. Daarnij moet wel worden opgemerkt dat de studenten uit Impact@WURk vinden dat er te weinig van hun ideeën terug te vinden was in de adviesnota.
Wat opvalt in de reacties in Resource, is dat het voorstel niet goed gelezen is, zelfs niet door de redacteur van Resource. Meningen worden onderbouwd met feitelijke onjuistheden. Een paar voorbeelden:
Korné Versluis meldde op pagina 15 van Resource 29 dat in één gezamenlijke raad ‘de personeelsleden bestuursbeurzen voor studenten moeten afwegen tegen hun eigen belang’. In het CMO-voorstel blijven de bevoegdheden met betrekking tot studentenzaken echter volledig bij de studenten liggen, dus zulke afwegingen hoeven personeelsleden niet te maken. De bevoegdheden wat betreft de universitaire zaken blijven bij de universiteit (personeel en studenten) liggen. Voor WUR-brede onderwerpen hebben alle CMO-leden een gelijke positie. En waar nu bijvoorbeeld de GV instemmingsrecht heeft en de COR adviesrecht, krijgt de CMO de meest verstrekkende bevoegdheid. De opmerking van Mattijs Smits (Resource 31) dat in dit model de formele rechten voor een groot deel verdwijnen, moet dus ook met een korreltje (of bak?) zout genomen worden, net als de bewering van Wim Heijman (in hetzelfde nummer) dat ‘de Studentenraad wordt opgeheven en daarvoor in de plaats komt een minimale invloed in de raad’.
Een ander voorbeeld van niet goed lezen is de opmerking van Annemarie Kortleve (Resource 31) dat na de vakantie de helft van de studentenvertegenwoordigers naar huis kan. Het aantal volledige FOS-beurzen voor studenten die participeren in de centrale medezeggenschap, blijft volgens het voorstel twaalf. Evenveel mensen als in het huidige systeem. Er zouden zes studenten in de CMO zitting nemen, maar niemand zegt dat dit altijd dezelfde mensen moeten zijn – alle twaalf studenten kunnen een gelijkwaardige positie innemen.
De SR, GV en COR hebben inmiddels hun eerste reactie gegeven op het voorstel. Het is wel duidelijk dat over veel aspecten nog diepgaand gesproken moet worden. De SR en GV hebben bijvoorbeeld grote problemen met de zichtbaarheid van en vertegenwoordiging vanuit de universiteit. Als het duidelijk is dat dergelijke zwaarwegende bezwaren tegen dit model niet weggenomen kunnen worden, moeten andere opties worden bekeken, bijvoorbeeld het door Wim Heijman gepropageerde WHW-raad plus WOR-raad model. We zijn er allemaal bij als er uiteindelijk niets verandert.

Re:ageer