Organisatie - 24 mei 2007

Centrale medezeggenschap (2)

Anders dan Koert deed voorkomen in zijn column van 10 mei is de nieuwe centrale medezeggenschap nog lang geen feit. In het voorstel van de raad van bestuur is sprake van één centrale medezeggenschapsraad met drie ‘bloedgroepen’: Universiteit, DLO en VHL.

Een af te sluiten convenant zal moeten uitmaken over welke onderwerpen de afzonderlijke bloedgroepen het alleen voor het zeggen krijgen. Vervolgens zal iedere raad (SR, GV, COR, GMR) nog met het voorstel moeten instemmen. De vooruitzichten daarop zijn ronduit slecht.
De universiteit is de grote verliezer van de nieuwe structuur. De Studentenraad wordt opgeheven en daarvoor in de plaats komt een minimale invloed in de nieuwe raad. Ook de universitaire stafleden verliezen een groot deel van hun huidige invloed. Leden van de Studentenraad en de GV hebben dan ook niet enthousiast op het voorstel gereageerd.
De huidige centrale medezeggenschapsstructuur van de Universiteit en DLO bestaande uit SR, GV en COR is gebaseerd op samenwerking tussen Universiteit en DLO. Daarnaast is er de SR om de belangen van de studenten te behartigen. Sinds VHL deel uitmaakt van WUR bestaat de centrale medezeggenschap uit vier raden. Iedereen is het erover eens dat dát wat veel van het goede is.
Na een langdurige discussie leek er sprake te zijn van een compromis: een centrale medezeggenschap bestaande uit twee raden, één gebaseerd op de WHW (de nieuwe wet op het hoger onderwijs) en één op de WOR (wet op de ondernemingsraden). De voordelen van deze structuur zijn evident. Zij is niet gebaseerd op ‘bloedgroepen’, waardoor de eenheid van de organisatie wordt bevorderd, en de belangenbehartiging van het onderwijs en fundamenteel onderzoek is gewaarborgd. De onderwijsinstellingen - universiteit en hogeschool - blijven herkenbaar aanwezig in de centrale medezeggenschap. In de WOR-raad zouden met name de financiële en personele aangelegenheden van het concern aan de orde komen. Het aantal medezeggenschapsraden wordt met vijftig procent gereduceerd, hetgeen een aanzienlijke efficiëntiewinst betekent.
Helaas heeft RvB niet voor deze elegante oplossing gekozen. Kennelijk vond zij de hiermee te boeken efficiëntiewinst onvoldoende. Echter, in het huidige voorstel is er dan wel sprake van één centrale medezeggenschapsraad maar is de bloedgroependiscussie via het nog te bediscussiëren en af te sluiten convenant weer volledig terug. Dit zal schade toebrengen aan de eenheid van de organisatie.
Ik heb sterk de indruk dat de raad van bestuur verblind is door de schijnbaar te behalen efficiëntiewinst van haar eigen voorstel. Wellicht is het zo dat met deze ene raad de vergadertijd van de RvB wordt geminimaliseerd, maar dat kan toch niet de enige doelstelling zijn van de centrale medezeggenschap.
Bovendien zal de discussie over de bevoegdheden van de verschillende onderdelen van de raad leiden tot langdurige en vruchteloze besprekingen, die ten koste gaan van de snelheid van besluitvorming en dus van de efficiëntie. Het netto resultaat op dat vlak zou wel eens negatief kunnen zijn.
Gezien de bezwaren tegen het voorstel van de raad van bestuur, met name van de kant van de universiteit, is de kans groot dat het sneuvelt en dat alles bij het oude blijft. De RvB heeft dan een goede kans op een efficiënte op eenheid gerichte centrale medezeggenschapsstructuur laten lopen. Een strategische fout van formaat.
Wim Heijman, GV-lid

PS: Ik heb inmiddels een halfje gesneden volkoren bij de familie Dijkhuizen laten bezorgen. Ik hoop dat het gesmaakt heeft.

Re:ageer