Wetenschap - 11 oktober 2001

Capoeira

Capoeira

Vijf keer achter elkaar een radslag, hier en daar zelfs eenhandig uitgevoerd. "Je moet toch zelf die grens over gaan, het is een kwestie van durven! Daar kan ik je niet bij helpen", roept trainer Sherwin instructor Mor?u. Het is vrijdagavond en een groep van zo'n twintig jonge mensen, waaronder veel studenten, beoefent de Braziliaanse vechtsport Capoeira.

Hoewel het elkaar raken niet echt de bedoeling is, is er volgens Mor?u wel degelijk sprake van een vechtsport: "Het is een vechtsport die ontwikkeld is door de Afro-Braziliaanse slaven. Zij oefenden vaak in het verborgene, om niet gezien te worden door hun meesters en maakten dan trappen over elkaar heen." Maar Capoeira is meer dan een vechtsport. Het is volgens Jaime Lopez ook 'dans, acrobatiek en het maken van muziek. Kortom gigantisch.' Een hele levensstijl hoort erbij: "Capoeira zit in je hoofd en of je nu klein of groot bent, man of vrouw, je kunt altijd meedoen."

Het inlopen heeft iedereen voor zichzelf gedaan. Wanneer de trainer binnenkomt, kunnen ze gelijk beginnen met de oefeningen. De basis van capoeira is de ginga, een soort zijwaartse loopbeweging, die veel wegheeft van een schaatsen op het droge. Op het ritme van de muziek maken ze de passen. Langzaam maar zeker oefenen ze vanuit de ginga meer bewegingen. Het moeilijkste moet nog komen, een rij radslagen achter elkaar. Al gauw haken wat mensen af. Peter den Hondt: "Ik word helemaal misselijk van al die draaiingen. Het wordt bijna een soort breakdance."

Als Den Hondt even later een nieuwe opdrukoefening gaat proberen, valt hij met een bons op de grond. Het wil nog niet echt lukken. Ook Janneke Smeulders heeft grote moeite met de oefening. Mor?u legt uit dat het helemaal niet zo'n zware oefening is, als je maar de juiste balans weet te vinden: "Je leunt alleen op je armen en dan moet je balanceren. Ga ik teveel naar voren, dan val ik op mijn hoofd en ligt de balans teveel naar achteren, dan kom ik op mijn benen terecht. Je moet thuis veel oefenen en niet wachten tot de volgende keer."

Het laatste gedeelte van de les is het hoogtepunt, het 'spelen' in de roda, een cirkel. Volgens Jeffrey Newton is het hele oefenen gericht op het verbeteren van je skills in het eindspel. Vooral het idee van 'spelen' spreekt hem aan: "Tegenwoordig is het niet cool als je niet hard bent. Spelen klinkt zacht, maar het kan er hard aan toegaan in de roda. Capoeira kun je vergelijken met een schaakspel. Je moet jezelf altijd indekken en als je een opening ziet, de ander proberen te pakken. Dan maak je duidelijk: als we echt hadden gevochten, dan had ik je geraakt."

Ook beginners doen al fanatiek mee in de roda. Dat hun bewegingen nog wat minder genuanceerd zijn, maakt niet veel uit, vindt Mor?u: "Je moet het zo zien. Dat beginners wat in het rond trappen, maakt dat ik juist extra op mijn hoede moet zijn om me goed te verdedigen."

Newton heeft inmiddels twee koorden aan zijn broek hangen, de cordo. De cordo geven aan dat je op een bepaald niveau speelt. Dat niveau wordt bepaald door de trainer. Op een battisade, een ceremoni?le plechtigheid, moet je die koorden verdedigen tegen een meester: "Zo'n battisade is heel gezellig en duurt een dag of twee. Je doet workshops, gaat met elkaar eten en viert feest. Tijdens een slotceremonie moet je dan met meesters in een roda spelen. Je hoeft geen punten te scoren, daar zijn ze te goed voor. Die meesters doen bewegingen waar ik niet eens van droom. Wat jij moet doen, is gewoon je band verdedigen. Je mag niet onder dat niveau zitten."

Samen met Femke Gordijn heeft Newton overigens reclame gemaakt voor de sport in Wageningen. Even leek het erop dat er niet genoeg mensen waren om een klas te vormen, maar inmiddels kan er eigenlijk niemand meer bij. En nog steeds wordt Newton gebeld door mensen die graag mee willen doen. Martin van der Schans is in ieder geval een van de gelukkigen. Hij heeft veel plezier in de sport: "Het is wat minder sjokken dan voetbal en als ik dit doe, dan heb ik twee dagen geen rugpijn." Je vraagt je af hoeveel dagen rugpijn Van der Schans zou hebben zonder capoeira.

Arin van Zee

Foto Guy Ackermans

Re:ageer