Organisatie - 5 juli 2007

Campus/ ‘Gewoon gras met bomen’

Wageningen Campus wordt na de zomervakantie officieel geopend. Het nieuwe park tussen Forum en Atlas moet dan ook grotendeels klaar zijn. Medewerkers en studenten kunnen daar straks wandelen over glooiende grasvlakten of hun boterhammetje eten langs de waterkant. De aankomende landschapsarchitecten onder hen zullen dat echter met weinig plezier doen. Zij hadden veel meer verwacht van het ontwerp. ‘Eenvoud is goed, maar dit is overdreven.’

62_achtergrond0.jpg
Het terrein tussen de Mansholtlaan en de Bornsesteeg, met de gebouwen Forum en Atlas als bakens, is voorlopig nog een winderige vlakte. Het gras is net ingezaaid en de graafmachines graven nog. Voor de officiële opening van Wageningen Campus op 4 september moet nog van alles gebeuren. ‘Maar tegen die tijd is alles groen en zijn alle paden geopend’, zegt parkmanager Albert Olde Daalhuis van het facilitair bedrijf. ‘Het zal dan al een heel ander aanzien hebben.’ Toch is de aanleg ook dan nog niet afgerond. ‘Tot aan het komende voorjaar worden er bomen geplant’, zegt hij. En alles moet natuurlijk nog groeien. ‘Als je een tuin aanlegt heeft die pas in het derde jaar de uitstraling die je wilt.’
Het park is een ontwerp van het Amsterdamse bureau B+B en Michael van Gessel. Zij bedachten een glooiend landschap met een aantal grote waterpartijen, en in het midden een evenemententerrein. Er is een mengsel van gras en bloemen ingezaaid. Langs de wandelpaden worden bomen geplant die binnen een aantal thema's passen. Zo komt er een geurroute, een treurroute en een fruitdriehoek. Kunstobjecten van locaties die door Wageningen UR worden afgestoten, krijgen ook een plek op de campus.

Anticlimax
Het klinkt best fraai, maar tweedejaars studenten Landschapsarchitectuur zijn niet onder de indruk. In maart en april van dit jaar volgden zij het vak Designstudio 2. Hiervoor hebben ze, onder begeleiding van onder anderen docent Paul Roncken, een alternatief ontwerp voor het nieuwe deel van de campus bedacht. Ze worden niet erg geraakt door het Amsterdamse plan. Jorit Noordhuizen vindt het iets dat je overal kunt neerleggen. ‘Eenvoud is goed, maar dit is overdreven’, zegt hij. Volgens Carina Verbeek komt het gewoon neer op ‘gras met bomen’. ‘Het is net een witte onderbroek, een standaard Sloggy. Er wordt helemaal geen spanningsboog mee opgebouwd.’ Ook Koen van Nieuwenhoven meent dat deze campus geen statement maakt. ‘Dit is zelfs de anticlimax’, zegt Rob Tönissen. ‘Als je het glooiend wilt maken, doe het dan overdreven. Maak er een windmolenpark van. Of had er anders gewoon koeien neergezet, om te spelen met het landbouwimago.’
De Wageningse studenten leren om te ontwerpen vanuit een concept dat alle onderdelen met elkaar verbindt, vertelt Verbeek. ‘We zijn er niet achtergekomen wat het concept was van B+B.’ Noordhuizen: ‘Die geur- en treurroutes zouden conceptjes in een groter verhaal kunnen zijn’, zegt Noordhuizen, ‘maar dat soort gefriemel proberen ze ons hier juist af te leren.’
Roncken zelf vindt ook dat het ontwerp beperkingen heeft. Tijdens de inspraakronde waar hij aan mee deed - toen het ontwerp overigens al bijna klaar was - viel hem op dat het park vooral gemaakt lijkt voor het visuele effect. ‘Bijzondere ecologische waarden heeft het niet, omdat er vrij weinig afwisseling is. Wageningen UR doet onderzoek naar vaak onzichtbare, natuurlijke processen waar veel dynamiek in zit. Dit ontwerp is daarentegen vrij statisch.’ De bomen bloeien tenslotte maar één keer per jaar, aldus de docent.
‘Als er een concept zit achter dit ontwerp - wat ik niet denk - dan is het waarschijnlijk het karakter van de nieuwe gebouwen die machtig uit de grond rijzen. Het is heel sterk om twee kolossen te hebben staan op een tamelijk lege vlakte. De ontwerper zal zeggen dat vooral daar, en bij de flexibele inrichting als evenemententerrein, de nadruk ligt. Dat zou trouwens wel het meest doorsnee concept zijn dat je kunt bedenken. Dit is in Nederland in de laatste twintig jaar niet anders gedaan.’ Roncken voegt daar wel aan toe dat de spannendste elementen nog moeten komen. ‘B+B heeft veel nadruk gelegd op de bruggen. Je moet ze al van ver zien liggen met hun felle, contrasterende kleuren. Hoewel ze, geloof ik, gaandeweg het proces wel minder spectaculair zijn geworden.’

Soberheid
Olde Daalhuis benadrukt dat het park in de aanleg en het onderhoud enige soberheid moet hebben, al was het maar vanwege de kosten. ‘Dit is geen tuin van de toekomst’, zegt hij. ‘Mensen komen in de eerste plaats ook niet naar Wageningen omdat er een mooie tuin is, maar vanwege de inhoud.’ Volgens Roncken moeten we daarnaast ook niet vergeten dat de universiteit uit de binnenstad vertrekt, en van de berg afdaalt. ‘Als mensen nog het beeld hebben van dat mooie, besloten arboretum dan is dit inderdaad een tamelijk saaie bedoeling. Ik kan me goed voorstellen dat B+B het ontwerp wilde afzetten tegen de Dreijen. De campus ligt niet op de hoge zandgronden waar wél veel soorten bomen kunnen groeien. Dit ontwerp sluit meer aan bij de leegte van het Binnenveld.’
Toch is de docent het ergens wel met de studenten eens. ‘Ook sociaal gezien is het een statisch ontwerp. Er zijn maar een paar plekken waar iets bijzonders aan de hand is, waar interactie ontstaat met het park. De bruggen zijn de meest interactieve elementen. Daar kan je niet alleen overheen lopen, maar ook rondhangen.’ Student Carina Verbeek vindt dat de campus geen echte gebruiksruimte is. ‘Er is niet echt een reden gegeven waarom je door het park gaat lopen. De brug loopt bijvoorbeeld niet naar een bepaald punt toe.’ Noordhuizen denkt dat de ontwerpers beter hadden moeten kijken naar de favoriete plekjes van studenten en medewerkers in het centrum en langs de rivier. Tönissen is het daarmee eens: ‘Het is onduidelijk waarmee we ons straks kunnen identificeren.’
Dat het ontwerp vrij sober is geworden, zal projectleider Martine van Vliet van het ontwerpbureau B+B niet ontkennen. ‘We hadden te maken met een beperkt budget. Bovendien wilden we een campusachtige sfeer creëren – een parkachtige, open ruimte ingeklemd tussen twee verdichte rijen bebouwing. Bijzondere plekken zou je dan ergens anders kunnen vinden; het was bijvoorbeeld de bedoeling om bij ieder gebouw een gethematiseerde tuin aan te leggen, zoals nu al bij Alterra te zien is.’ Of die tuinen ook gerealiseerd worden, is nog onduidelijk. En ook de komst van de bruggen en zitobjecten die B+B ontwierp is nog onzeker. ‘Wij zijn niet bij de hele uitwerking van ons plan betrokken’, zegt Van Vliet.
Olde Daalhuis, die daar wel bij betrokken is, vertrouwt er echter op dat de vele duizenden bezoekers van de campus straks wél met plezier een wandeling over het terrein zullen maken. ‘Dit park heeft de uitstraling die past bij een gerenommeerd instituut.’

Ontwerpwedstrijd
De ontwerper Michael van Gessel is weliswaar opgeleid in Wageningen, maar was het niet leuker geweest om de opdracht te geven aan de leerstoelgroep Landschapsarchitectuur? ‘Onzin’, aldus Simon Vink, woordvoerder van de raad van bestuur van Wageningen UR. ‘Onze landschapsarchitecten doen onderzoek en geven les, en daarmee behoren zij tot de top. Bij B+B weten ze hoe ze moeten ontwerpen. Het is dan ook één van de beste bureaus in Europa. Schoenmaker, blijf bij je leest!’
De studenten Landschapsarchitectuur denken daar anders over. Volgens Noordhuizen hadden de bestuurders best mogen erkennen dat de universiteit een leerstoelgroep heeft die gespecialiseerd is in grote landschapsprojecten. ‘Schrijf dan bijvoorbeeld een wedstrijd uit’, zegt hij. Tönissen: ‘Je zou verwachten dat dit de kers op de slagroom van Wageningen zou worden. Als je spierballen hebt mag je ze tonen.’ Docent Paul Roncken had het leuk gevonden als het terrein de identiteit van Wageningen UR zou weerspiegelen. ‘Wil je het een spelvloer laten zijn voor de gebruikers, of ook een visitekaartje waarmee je laat zien in welke onderwerpen Wageningen geïnteresseerd is, en waar onze prioriteiten liggen?’

Re:ageer