Organisatie - 6 maart 2008

CVI wil lab voor gevaarlijk dieronderzoek

Het Centraal Veterinair Instituut (CVI) verkent de mogelijkheden voor de bouw van een lab waar dierproeven gedaan kunnen worden met voor mens en dier zeer gevaarlijke ziekteverwerkers.
Faciliteiten met de hoogste beschermingsniveaus – biosafety levels 3 en 4 – bestaan in Nederland nog niet; wel in Canada en Australië. In zo’n lab werken mensen onder extreme veiligheidsmaatregelen, gekleed in een soort maanpak of met behulp van handschoenkasten. De proefdierfaciliteiten kunnen, aldus directeur Andre Bianchi van het CVI, belangrijk zijn bij onderzoek naar ziekten die van dier op mens kunnen overspringen, zoals riftdalkoorts, vogelgriep en het West-Nijlvirus. Er kan ook gewerkt worden met nog gevaarlijker pathogenen als het Marburgvirus en het Ebolavirus, vooral relevant in het geval van bioterrorisme.
De kosten van zo’n proefdierfaciliteit worden voorlopig geschat op 9 tot 15 miljoen euro, naast de jaarlijkse kosten van 1,5 tot 2 miljoen. Bianchi zegt niet aan de realisering van het lab te beginnen zonder basis onder de exploitatie. Ook moet hij meerdere gebruikers in Nederland vonden, zoals universiteiten, farmaceutische industrie en onderzoeksinstituten.
Voor veterinair onderzoek voldoet de huidige onderzoeksfaciliteit van CVI in Lelystad al aan het hoogste beschermingsniveau. Het nieuwe lab zou naadloos op de bestaande infrastructuur kunnen aansluiten. Of het lab gerealiseerd wordt hangt samen met de besluitvorming over nieuwbouw of renovatie van de gebouwen van de Animal Sciences Group. Daarover valt niet voor de zomer een besluit, zegt woordvoerder van de raad van bestuur Simon Vink.

Re:ageer