Wetenschap - 25 juni 2009

CONTROLE OP ANTIBIOTICA IN EUROPA SCHIET TEKORT

De microbiële screeningsmethoden om resten van antibiotica in vlees op te sporen schieten in veel Europese landen tekort. De methoden merken niet alle besmettingen met antibiotica op en geven vaak geen uitsluitsel of de wettelijk toegestane ‘maximale residu limiet’ is overschreden. Dat schrijft RIKILT-onderzoeker dr. Mariel Pikkemaat in het laatste nummer van Analytical and Bioanalytical Chemistry.

Slachtdieren kunnen resten van antibiotica bevatten.
‘Op dit moment geven de residutests geen betrouwbaar beeld van de antibioticaproblematiek in de veehouderij in verschillende Europese landen, omdat in veel landen onder de maat wordt getest’, aldus Pikkemaat. Dit bleek tijdens een onderzoek van het in Frankrijk gevestigde referentielab dat vleesmonsters ter controle opstuurde naar de nationale controlelabs in Europa. ‘Een derde deel van deze laboratoria kon de aanwezigheid van antibiotica niet voldoende aantonen, terwijl de aanwezige concentraties een factor twee tot vier boven de toegestane limiet lagen’, stelt Pikkemaat. Slachtdieren worden op antibiotica getest door een nier- of vleesmonster op een voedingsbodem met gevoelige bacteriën te leggen. Zijn de bacteriën de volgende dag gegroeid, dan is het vlees veilig; als ze niet zijn gegroeid, kan er antibiotica in het vlees zitten. Verdachte monsters worden vervolgens onderzocht met chemische methoden om de identiteit en de antibioticaconcentratie vast te stellen. Deze chemische tests zijn zeer geavanceerd en nauwkeurig, zegt Pikkemaat. ‘Daar wordt veel in geïnvesteerd. Het schrijnende is dat de eerste screening, die de basis vormt van het residu controlesysteem, in een groot deel van Europa niet goed genoeg is.’ Pikkemaat adviseert de Europese Unie de screening van slachtdieren te verbeteren. ‘Officieel moet het Franse referentielab het probleem aankaarten bij de Europese Unie, maar dat gebeurt tot dusverre niet erg daadkrachtig.’ In Nederland wordt door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) volgens Pikkemaat wel goed op antibiotica gecontroleerd in slachthuizen. Dit gebeurt met behulp van een verbeterde microbiologische screeningsmethode die door RIKILT in opdracht van de overheid is ontwikkeld. Het RIKILT werkt met meerdere voedingsbodems en verschillende typen bacteriën per voedingsbodem. ‘We halen vrijwel alle residuen er uit. Het nadeel van deze complexere methode is dat ie meer ruimte geeft voor zogenaamde vals positieven, ten onrechte als verdacht aangemerkte beesten.’ De methode test op meer dan vijftig verschillende antibiotica.

Re:ageer