Wetenschap - 7 mei 2009

COMPUTER GAAT VOEDSELCRISES VOORSPELLEN

Rikilt werkt met Wageningse partners aan een softwaresysteem dat de kans op verontreinigd voedsel gaat voorspellen. Dit emerging risk detection support system (ERDSS) had de dioxine- en melaminecrisis eerder kunnen oppikken.

De huidige systemen om verontreiniging in voedsel op te sporen, zijn reactief. Een bedrijf of onderzoekslab vindt een stofje dat in te hoge concentratie voorkomt, ze meldt dat aan de bevoegde instantie die vervolgens een waarschuwing afgeeft en de producent vraagt het product uit de handel te nemen.
Het EU-onderzoeksprogramma Safe Foods, waarvan Rikilt de trekker was, heeft alle informatie over voedselcrises van de afgelopen vier jaar geanalyseerd met de vraag: onder welke omstandigheden treden vaker voedselcrises of voedselverontreinigingen op? Doel was om die voortaan te gaan voorspellen.
Rikilt-onderzoeker dr. Gijs Kleter noemt het voorbeeld van de garnalenproductie in Zuidoost-Azië dat hij samen met Imares-collega ing. Marnix Poelman onderzocht. ‘Aan de hand van een aantal incidenten met geïmporteerde garnalen zagen we een bepaald patroon. De garnalenteelt in Zuidoost-Azie werd gestimuleerd, de kweek werd intensiever. Daardoor nam de ziektedruk toe, wat leidde tot een stijgend gebruik van antibiotica, waaronder ook types die verboden zijn in Europa. Intensivering is dan een indicator dat je meer garnalen mag verwachten die niet aan de normen voldoen. Keuringsinstanties kunnen hun voordeel doen met die kennis.’
‘Hetzelfde geldt voor de zalmproductie in Europa’, vervolgt zijn collega dr. Hans Marvin. ‘Daar zagen we ook een gestage toename van antibioticagebruik, met opeens een scherpe afname: er was een vaccin ontwikkeld dat de ziektedruk wegnam. Technologische vernieuwingen kunnen een indicator zijn om je risicoverwachting bij te stellen. Klimaatverandering, waarbij je bijvoorbeeld door overstromingen meer bacteriën in oppervlaktewater, drinkwater en voedsel krijgt, kan een indicator zijn dat je vaker chemische stoffen en microbiologische ziekteverwekkers in voedsel zult aantreffen. We gebruiken dus niet alleen informatie uit de voedselketen, maar betrekken er ook allerlei mogelijke externe effecten bij.’
Zo kan ook veranderende wetgeving de kans op voedselverontreinigingen beïnvloeden. Een sterk voorbeeld is de dioxinecrisis in Nederland. De melk van verschillende veehouders bleek besmet te zijn met dioxine, het gevolg van een technologische aanpassing in een aardappelverwerkingsbedrijf, waarvan een bijproduct als ingrediënt voor veevoer werd gebruikt. Tijdens een productiestap was zout vervangen door klei, vanwege aangescherpte milieuwetgeving. Dat dioxines van nature in klei voorkomen, hadden de betrokkenen over het hoofd gezien. ‘Dat is niet gek’, zegt Marvin, ‘je kunt niet alle beschikbare kennis op één plek hebben. Wij denken dat we zo’n contaminatie met dioxine met ons systeem eerder zouden kunnen oppikken.’
Zover is het echter nog niet. Marvin, Kleter en hun Europese collega’s hebben al veel relevante landbouwkundige en toxicologische kennis, informatie over handel, wetgeving en menselijk gedrag verzameld. ‘Maar we zijn er ook achter dat we veel nog niet weten’, zegt Marvin. Die ontbrekende informatie wordt inmiddels via een nieuw project verzameld. Ondertussen werken Marvin en zijn collega’s al wel aan een prototype, waarin ze de expertkennis uit meerdere onderzoeksdisciplines wegen, in stukjes knippen en die invoeren in een softwaresysteem van AFSG. ‘We kunnen de indicatoren die van belang zijn bij voedselcrises nu met de hand invoeren, combineren en veranderen’, zegt Marvin. ‘We hebben de melaminecrisis er ingestopt en een risicoschatting uit het systeem gekregen. Die lijkt plausibel.’
In de toekomst moet het softwaresysteem de gegevens zelf gaan schatten en combineren. De Europese voedselautoriteit EFSA heeft al belangstelling getoond voor het detectiesysteem, net als de Amerikaanse voedselautoriteit FDA.
Het onderzoek aan nieuwe risico’s maakte deel uit van het programmaonderdeel Early detection of emerging risks associated with food and feed production van het onlangs afgesloten vijfjarige EU-programma Safe Foods, waarin 34 onderzoeksinstituten uit Europa, twee uit China en één uit Zuid-Afrika samenwerkten. De wetenschappelijke resultaten uit dit programmaonderdeel staan in het meinummer van het vakblad Food and Chemical Toxicology. Het detectiesysteem wordt ontwikkeld in een vervolgproject in opdracht van de Nederlandse overheid.

Re:ageer