Wetenschap - 18 juni 2009

CENTRA VOOR ONTWIKKELINGSONDERZOEK MOETEN SAMENWERKEN, EN NIET CONCURREREN

Het internationale ontwikkelingsonderzoek moet beter op elkaar afgestemd worden, vinden subsidiegevers als de Wereldbank en minister Koenders.

De wetenschappelijke adviesraad van de inerationale agrarischie instituten, de CGIAR, zet deze week in Wageningen een nieuwe koers uit. CGIAR is de koepelorganisatie van vijftien internationale onderzoekscentra verspreid over de wereld, die agrarisch onderzoek voor ontwikkeling doen. Ze zijn nu nog autonoom, maar moeten hun onderzoek veel meer afstemmen op de ontwikkelingsvraagstukken en de nationale onderzoeksinstituten in de ontwikkelingslanden, is de gedachte. Ook de samenwerking met bedrijven, ngo’s en westerse kennisinstellingen moet worden versterkt om tot een betere doorstroming van kennis te komen. De autonomie van de instituten moet afnemen, ze moeten meer in onderzoeksnetwerken aan verbetering van de landbouwproductie werken. Westerse donoren, zoals de Wereldbank, de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie USDA en minister Koenders, dringen daar op aan. De donoren willen het budget voor internationaal agrarisch onderzoek verdubbelen tot een miljard euro, maar dan moeten de internationale instituten wel hervormen. Gastheer van de conferentie was universiteitshoogleraar prof. Rudy Rabbinge, voorzitter van de Science Council. Op dit moment concurreren de internationale onderzoekscentra om geld met nationale onderzoekscentra in ontwikkelingslanden, terwijl ze juist meer moeten samenwerken met lokale centra, vindt Rabbinge. Ook de donoren moeten hun subsidies integreren in meerjarige onderzoeksprogramma’s. Op de conferentie werkten onderzoekers van meerdere organisaties aan kennisnetwerken rond een zestal globale onderzoeksthema’s. De Chinese prof. Ren Wang, directeur van CGIAR, kondigde aan dat zijn organisatie een directeur gaat benoemen die een deel van de financiering van de donoren gaat verdelen over de instituten met behulp van langjarige onderzoeksprogrammering. ‘We zoeken een boegbeeld dat de instituten kan leiden, zoals Cees Veerman Wageningen UR formeerde’, aldus Rabbinge. Wang kwam ook met een unifying concept voor het CGIAR-onderzoek, dat rechtstreeks afkomstig leek uit de strategienota van Wageningen UR. Rector prof. Martin Kropff legde op de conferentie uit hoe Wageningen UR, door fundamenteel en toegepast onderwijs en onderzoek te koppelen, programmatische samenwerking in Europees verband en samenwerking met bedrijven, de teneur van afnemende studentenaantallen en krimpende financiering heeft weten om te buigen naar groei. Kropffs toespraak werd met enthousiasme ontvangen door veel onderzoeksleiders, want veel andere agrarische universiteiten en instituten kampen met krimp. Lastig punt bij de hervorming is dat de directies en besturen van de CGIAR-instituten hun autonomie moeten opgeven – net als de instituten tien jaar geleden in Wageningen.

Re:ageer